Duel der wereldkampioenen: Emanuel Lasker 1 – Spassky’s 3½ – 4½

Michael Riemens

Na de kansloze nederlaag in de eerste ronde van de KNSB-competitie in 2A tegen Groninger Combinatie 2, waarvan de kopman Erik Hoeksema de gelegenheid te baat nam onze inspirator en levende legende Boris Vasilievich Spassky, de tiende officiële wereldkampioen schaken van 1969 tot 1972, te portretteren als een in tenniskleding achter het schaakbord gezeten dandy, was het duidelijk voor de spelers van de Spassky’s dat er iets moest gebeuren: Boris Vasilievich mag dan misschien wel de meest luie wereldkampioen schaken aller tijden zijn geweest, maar het is wel ONZE Boris Vasilievich. In ronde 2 moest daarom gewonnen worden en wel op een spectaculaire aanvalswijze tegen Emanuel Lasker, de bekende ploeg uit het Friese Sint Jacobiparochie, vernoemd naar de tweede wereldkampioen schaken van 1894 tot 1921. Een match tussen twee wereldkampioenen als het ware.

Op de trainingsavond voorafgaand aan onze ‘WK-match’ stonden vooral tactiek, de openingskeuzes en scherpe eindspelwendingen centraal. Hiervoor werd onder meer gebruik gemaakt van een studie die op Chessbase (positie 1) is verschenen, waarin een computerprogramma de witte zetten beantwoordt. Een zeer leerzaam en vooral praktisch voorbeeld, probeert u het zelf maar eens! Op de avond werd ook stilgestaan bij het plotselinge overlijden van Casper Rupert (1982-2022), die we allemaal kenden. Verschrikkelijk nieuws.

De dag van de wedstrijd begon met een afmelding van Dries Koster, gelukkig kon Menno van ’t Veld optreden als vervanger en chauffeur. Onderweg naar Sint Jacobiparochie ging het over de jonge Amerikaanse schaakgrootmeester Hans Niemann, die van vals spel wordt beschuldigd, maar vooral ook over de aanslag op de Krimbrug die ochtend.

Na aankomst in de speelzaal en het begin van de wedstrijd kwamen bovengetekende op bord 1 tegen Sikko Ros en Jan Kroon op bord 7 tegen Murk Viersma al na een uur remise overeen. Huh? Hoe valt dat te rijmen met de hierboven aangekondigde spectaculaire aanvalswijze? Tja, Jan en ik hadden beiden een saaie stelling uit het Italiaans op het bord. Een aantal stukken geruild, maar totaal geen muziek meer in de stellingen. Bah, waarom niet gekozen voor het Koningsgambiet zoals de universele aanvalskunstenaar Boris Vasilievich in zijn jonge jaren vaak deed? Maar goed, Jan en ik toonden die dag beiden een ander facet van onze levende legende. Als ware een soort van gemarginaliseerde intellectuelen vertoonden wij dissident gedrag, net als Spassky en andere prominente cultuurdragers en wetenschappers in de jaren 1970 in de Sovjet-Unie deden. Boris Vasilievich koos in 1976 voor emigratie naar Frankrijk en vrijheid, wij kozen op 8 oktober 2022 voor een snelle remise.

Voor de rest van de middag hadden Jan en ik tijd om de partijen goed te volgen.  Het was moeilijk aan de Spassky’s thuis via de app een prognose te geven, de uitslag zat volgens ons rond de 4-4. Het duurde een paar uur voor de volgende uitslag viel: Evert Janse won met wit op bord 3 tegen Jan Hibma. We komen erin na de 17e zet van wit:

Hier speelde Jan 17…0-0-0 maar hij mist het slaan op d4 met de loper met schaak, want 18. Dxd4 faalt op Td8 met materiaalwinst. Er volgde 18. Pxf6 exf6 en nu is het gespeelde 19. c4 een voor de hand liggende zet. Ja, toch? Nee, dus. De zet faalt vanwege een tactische wending. Zwart kan nu met zijn toren slaan op d4. Oei, oei, dat wordt verdedigen dacht ik tijdens het rondlopen. Jan sloeg echter niet met de toren op d4 maar nam op c4. Na wits daaropvolgende zet 20. Tc3 sloeg hij wederom niet op d4 maar speelde 20…Td5.

Een paar zetten later zat zwart al in tijdnood. Evert probeerde vooral rustig te blijven en de druk consequent te verhogen. Dat ging uiteindelijk goed, al miste Evert in hoge tijdnood van Jan op de 32e zet een matje:

In plaats van hier 32. De4+ te spelen, wat Evert deed, is het mat na 32. Tb8+ Ka6 (Kxb8 33. Dc8 mat) 33. Ta1+ Ta5 34. Dc4+ Db5 35. Dxb5.

Tja, wat te zeggen van zwarts 17e zet, die wit belangrijke aanknopingspunten geeft voor de aanval? De lange rochade kan in die stand niet slecht zijn, maar wit weet nu wel waarop hij zich moet richten. Desgevraagd gaf Evert na afloop aan dat het getal 17 altijd een belangrijke rol in zijn leven heeft gespeeld. Het is zijn geluksgetal: zo won hij hiermee op de basisschool ooit een doosje kunstgras voor modeltreinen (ja, het staat er echt!), was zijn eerste verkering jarig op de 17e en viert zijn huidige vriendin ook haar verjaardag op de 17e. Everts komende tegenstanders zijn bij dezen dus gewaarschuwd goed na te denken op zet 17! En hoe het missen te duiden van die tactische wending op d4 door beiden? Tja, wellicht een soort van blinde vlek en als je die grap een keer mist, mis je hem daarna opnieuw. Hoe kun je hieraan werken? Misschien door het gebruiken van voetzool trilplaatjes of anaalballetjes zoals sommigen suggereren inzake het (nog niet bevestigde) valsspelen van Niemann. In plaats van sextoys denk ik meer aan tactische trainingen en oefeningen. Kijk bijvoorbeeld eens naar deze rubriek van de onvolprezen Herman Grooten, waarin deze bekende schaakcoach drie prachtige, tactische overwinningen van onze Boris Vasilievich analyseert.

Het volgende winstpunt werd binnengebracht door Roelof Kroon die met zwart op bord 4 won van Tjalling Wiersma. Hoewel hij klaagde over gebrek aan spelritme vanwege het begeleiden van jeugdschakers was Roelof op de eerdergenoemde trainingsavond de eerste die de studie op Chessbase wist op te lossen. Speelde u net als hij 1. Th1 en snapt u de bedoeling? Uitstekend gedaan! Zo niet, is hier een linkje naar een mooie YouTube-video met uitleg. Onderweg naar Sint Jacobiparochie maakte Roelof zich vooral zorgen over het jonge egeltje dat hij die ochtend misschien bij het starten van de auto onder een van de achterwielen zou hebben geplet.  Wat zou er gebeuren als hij ’s middags een ‘egelstelling’ – u weet wel, zo’n type stand met alle zware stukken en pionnen op de onderste drie rijen geplaatst en dan maar doorschuiven en friemelen – op het bord zou krijgen, zou het eventuele platrijden kwaad kunnen? Nee dus. Beide spelers zetten de partij rustig op met volgens mij een klein voordeeltje voor zwart. Na 17 zetten stond het zo:

Hier speelde Tjalling  18. Pg3 waarop Roelof 18…Pxe4! antwoordde met pionwinst. Maar na 19. Lxe7 Pxg3 20. hxg3 sloeg hij met de dame terug op e7. Dat was verkeerd want nu kwam ineens 21 d5 in de stelling met een rommelige stand. In wederzijdse tijdnood verknoeide eerst Roelof zijn voordeel, gelukkig miste Tjalling op zet 34 een remisekans en daarna ging wit op zet 36 echt kopje onder: 3-1 voorsprong voor de Spassky’s! Na afloop van de wedstrijd zei Roelof dat hij vaker van Tjalling had gewonnen in het gerommel tijdens de tijdnoodfase. Ook onze Boris Vasilievich, met zijn 85 jaar de oudste nog levende wereldkampioen, is over het algemeen in tijdnood een zeer handige speler geweest. En met het egeltje van ’s ochtends is het vast goed gekomen.😊

Over naar de volgende uitslag, die viel na de tijdnoodfase: Menno van ’t Veld maakte op bord 5 met wit remise tegen Rienk Sijbesma na een zwaar gevecht. Over deze partij maakte ik me grote zorgen, kijkt u maar eens naar de volgende stand na de 29e zet van zwart:

Het is duidelijk dat wit onder grote druk staat, de druk op de c-lijn is levensgevaarlijk. Maar op de een of andere wijze speelde zwart het niet goed en kon wit stukken ruilen. Na de 41e zet stond het zo:

Wat een verschil! Maar nog steeds staat zwart beter in dit paardeneindspel. Zeer nauwkeurig spelend wist onze benjamin echter op zijn tandvlees remise te houden en daarmee stond het 3½ – 1½ voor de Spassky’s. Goed kunnen verdedigen was ook een belangrijk kenmerk van de universele schaakstijl van onze Boris Vasilievich!

Met zijn zege op bord 6 met zwart tegen Hans Kemperman haalde Joop Houtman voor het eerst in de geschiedenis de eerste matchpunten uit de tweede klasse voor de Spassky’s binnen. En dat ging helemaal in een typische Joop-partij, waarin het positionele element de overhand had. Een goede opening, vervolgens een zwakte creëren bij de tegenstander en daarna een pionnetje oppeuzelen. Het loper tegen paard-eindspel bevatte nog wel enkele finesses, kijk maar eens naar de stand na de 46e zet van wit:

Kan zwart nu winnen na 46…h5? Nee, die pionzet, die beoogt een tweede vrijpion te creëren, is te vroeg na 47. gxh5+ Kxh5 48. Pc5 met waarschijnlijk remise. Vandaar dat Joop eerst zijn koning centraliseerde en pas na ruil van een van de pionnen in het centrum met de koning terugging naar g6, waarna op zet 59 de langverwachte breekzet kwam:

59…h5 60. gxh5+ Kxh5 61. e6 Kg6! (want op …g4 volgt 62. Pf5 Kg5 63. e7 Lxe7 64. Pxe7 g3 65. Pc6 g2 66. Pd4 met remise) 62. Kd5 Kf6 63. Pb3 Kf5 64. Pd4+ Kf4 65 Pe2+ Ke3 66. Pg3 b3 en wit geeft op. Al met al had zwart misschien wat sneller kunnen winnen door die tweede vrijpion te creëren, maar een kniesoor die daarop let. Joops partij sluit naadloos aan bij de grote nauwkeurigheid en fraaie positionele stijl die onze legende Boris Vasilievich regelmatig in het eindspel tentoonspreidde, net als andere grote wereldkampioenen.

Met een voorsprong van 4½-1½ en nog twee partijen te gaan dacht ik dat we nog 1 à 1½ punt zouden binnenhalen, maar dat viel zwaar tegen want het werden er nul. Wat ging er mis? Henk van Putten (aka ‘Putski’) speelde met zwart op bord 2 tegen Dolf Wissman de partij van de dag: een loeischerpe Siciliaan, waarin beide spelers fel aanvielen, verdedigden, schijnbewegingen maakten, incasseerden, counterden, opnieuw beukten en ontweken; het leek wel een boksmatch Ali-Frazier om het WK zwaargewichten. Tot in het verre eindspel (dubbeltoren-, toren-, pionnen-, dame- en uiteindelijk nogmaals pionneneindspel) bleef het onduidelijk wat de uitslag zou worden. Waarschijnlijk was remise de meest terechte uitkomst geweest, alleen won Dolf uiteindelijk. Maar ere wie ere toekomt! Dolf is altijd een favoriete speler van mij geweest. Ik houd van schakers die scherp spelen en de aanval zoeken, geniale en onberekenbare schaakgrootmeesters als Michail Tal, Albin Planinc, John Nunn, Julian Hodgson en natuurlijk de grote, overtreffende trap Garry Kasparov. En wat Nederlandse spelers betreft zijn dat voor mij Friso Nijboer en Manuel Bosboom. Een aanvaller pur sang op een wat lager niveau is ook Dolf Wissman. Volgens mij is ‘waar staat de vijandelijke koning?’ het eerste wat Dolf denkt, waarna hij zich vervolgens meteen afvraagt ‘en hoe win ik het mooist?’, want slechts schoonheid telt voor hem. Dat breekt hem ook af en toe op. Deze hele zaterdagmiddag stond Dolf goed tot uitstekend, het ontbreekt mij echter aan tijd om deze complexe partij te aandacht te geven die zij verdient. We komen erin na de tijdcontrole na zwarts 43e zet met een dubbeltoreneindspel op het bord:

Ik zag niet precies wat Henk moest spelen op 44. Tf3 omdat dan de pionnen op b5 en f5 beide hangen. Dolf koos echter voor 44. Td4 en na Tc5+ volgde 45. Kd6 Tc8 46. Kd7 Tc4 47. Txc4 bxc4, waarna een enkel toreneindspel ontstond. Een aantal zetten later waren ook die torens van het bord en was een pionneneindspel ontstaan:

Hier speelde Dolf 57. c5, een zet die twee vraagtekens verdient want na 57…f4 verliest wit. Putski koos echter voor 57…Ke7. Na 58. h4 g6 59. Kc6 f4 60. Kb6 f3 haalden beide spelers een dame en stond het dame-eindspel zo:

Er volgde 62…Db1+ 63. Ka5 De4 64. Dc5+ Kf6?? 65. Df8+, gevolgd door dameruil, slaan op a4 en – u ziet het al – wit promoveert als eerste. Henk had zich verrekend en liep ineens tegen een plotselinge knock-out aan in de geest van Ali vs. Foreman! Geen 5-2 voor de Spassky’s dus, het stond nu 4½-2½. Putski zat niet lang in de put en na afloop werd de gecompliceerde partij tijdens het eten meteen al onderzocht op mogelijke verbeteringen. That’s the spirit! Tja, schaken is soms een wreed spel, waarin het drama overheerst, toevalligheden meespelen en uiteindelijk de speler wint, die het minst aantal fouten maakt. Maar Henk, dat weet onze levende legende Boris Vasilievich natuurlijk als geen ander na zijn beroemde Match of the Century van vijftig jaar geleden, het wereldkampioenschap schaken 1972 in Reykjavik, tegen de Amerikaan Bobby Fischer. Onze inspirator en naamgever blunderde in minstens drie partijen, waarvan acte!

Henk Jansen (aka ‘Janski’) speelde op bord 8 met zwart tegen Jacob Strikwerda de langste partij van de dag. In eerste instantie was het een gelijk opgaande strijd, waarin echter langzamerhand Janski met zijn loperpaar en vrije c-pion op meer mocht gaan hopen. Prima gespeeld dus! Tijdens en na de tijdnoodfase ging het echter mis en resteerde een paard tegen loper-eindspel, met drie om twee pionnen op de koningsvleugel:


Gewonnen voor wit of niet, wat denkt u? Ik houd het vooralsnog op remise, hoewel de computer het niet met mij eens is. Henk wist deze stand echter niet te keepen en verloor uiteindelijk. Misschien had het niet gehoeven, zo is anno 2022 het definitieve oordeel over het moeilijke eindspel uit de 10e matchpartij te Reykjavik tussen onze Boris Vasilievich en Bobby Fischer na vijftig jaar nog steeds niet helder. Hoe het ook zij, de ‘WK-match’ te Sint Jacobaparochie tussen Emanuel Lasker 1 en de Spassky’s eindigde hiermee in 3½-4½.

Al met al een erg leuke schaakdag. Het eten na afloop was ook zeer geslaagd en er zijn al afspraken gemaakt over de onderwerpen van de komende Spassky’s-trainingen. U raadt het al: oefeningen met tactiek en eindspelen.

Een laatste link tot slot: bij de wedstrijd LOS 1 tegen  DSG Pallas 1 eerden de spelers hun vriend Casper op indrukwekkende wijze door allen zijn openingsrepertoire – Frans, respectievelijk Trompovski – te spelen. Daar ben ik en zijn de Spassky’s stil van.

 


Na afloop in restaurant De Molen te Vrouwenbuurstermolen. Sommige Spassken waren daar nog nooit geweest.