Almere 2 – Spassky’s, 8 oktober 2016

Mijn collega Ben Feringa
Almere 2 – Spassky’s: 3½ – 4½
verslag: Putski

Almere 2 – Spassky’s 3.5-4.5, schematische weergave

Deze week klonk er luid gejuich uit de gebouwen van mijn werkgever RUG toen bekend werd dat chemicus Ben Feringa co-winnaar was geworden van de Nobelprijs voor de scheikunde. Deze enorme eer viel hem te beurt voor het medeontwerpen van een moleculair nanomotortje (zie bovenstaande afbeelding.) Een collega van mij dus die in de prijzen viel, al werd er door onze Amsterdamse correspondent Nico ernstig bezwaar gemaakt tegen de aanduiding ‘collega’…want wat hebben theologie (de faculteit waarvoor ik werk) en moleculaire nanotechnologie nu met elkaar te maken? Niet veel, of misschien toch dit: in 1901, het eerste jaar dat er een Nobelprijs werd uitgereikt, won ook een Nederlander deze hoogste onderscheiding in de scheikunde, 116 jaar geleden nu. En laat 11-6 mijn verjaardag zijn!…toch nog iets van een verband, maar Nico zal ook hiermee wel geen genoegen nemen. Zoals voor alles geldt: het is maar hoe je ernaar wilt kijken.

De impact van zo’n Nobelprijs, is, afgezien van de immense eer voor de winnaar (het is de belangrijkste prijs ter wereld), kolossaal. In alle rankings die er toe doen spelen Nobelprijzen een grote rol. Punten worden gescoord op de volgende onderdelen: Waar heeft de winnaar zijn bachelor gehaald?, waar zijn master, waar zijn promotieonderzoek gedaan, waar deed hij de ontdekking die hem deze prijs opleverde en waar werkt deze persoon nu. Op alle vijf punten luidt het antwoord in het geval van Ben Feringa: Rijksuniversiteit Groningen en dat zal volgend jaar zichtbaar worden in de Sjanghai-ranking, in de Times Higher Education en de QS World University ranking. Het was ook al bijna 20 jaar geleden dat een Nederlander, toen twee Nederlandse natuurkundigen samen, een Nobelprijs won, als we de geïmporteerde Rus Geim, ook een natuurkundige, in 2010 even buiten beschouwing laten. Voor Groningen was het zelfs 63 jaar geleden: Frits Zernike won toen de Nobelprijs voor de natuurkunde. Als je 1953 op veld a1 schrijft en doornummert naar h8 dan staan Zernike en Feringa als koningen op a1 en h8. Ook mooi: in alle interviews benadrukt Feringa dat dit een teamprestatie is, niet een verdienste van hemzelf.

Over naar de wedstrijd. Ook wij wonnen! Soepeler dan tegen Euwe 4 in de eerste ronde, maar de uitslag viel kleiner uit. Hoe dan ook, goed voor de rankings, al lieten sommige van onze spelers opnieuw wat ratingpunten achter. Dat was vooral aan de topborden het geval, waar Folke en ik beiden schaaktechnisch in eenzelfde fase zitten. We verliezen niet, maar winstkansen blijven ook steeds zorgwekkend ver van ons verwijderd.

Folke bestreed op het hoogste bord een tegenstander die op het juiste moment de juiste keuze maakte:

Van Dorp – Heijlman

Zwart speelde 16…f5! Dat laat e5 tijdelijk in de steek, maar voorkomt dat wit f5 speelt. Er volgde: 17. fxe5 Lxe5 18 Lxe5 Te8! en de brand moest spoedig in de vredespijp.

Ik speelde op bord 2 tegen Van het Schip en dat dat een gevaarlijke vleugelspeler is had ik kunnen weten:

Van ’t Schip – Van Putten

Wit antwoordde op mijn 11…Pe7 12 h4!, een zet die ik wel gevreesd, maar niet verwacht had. Ik wist dat mijn eerste taak zou worden niet achterelkaar op de koningsvleugel het schip in te gaan. Dat lukte nog net, maar zetherhaling kon ik niet meer omzeilen:

Slotstelling: wit herhaalde de zetten met 21. Ph4 Tg4 22. Pf5 Tg6.

Laat ik het positief benaderen: hiermee scoorde zowel Folke als ik het beslissende halfje! Net zoals Jan dat overigens deed; iedereen die vandaag een remise op het scorebord liet zetten was wat mij betreft voor de zege beslissend. Ook hier is het maar hoe je er naar wilt kijken.

Volledigheidshalve bij Jans remise het geijkte plaatje:

Huijzer – Postma, waar is Jans biljet?

Het is helemaal niet erg dat het tot nu toe niet de topborden zijn die de meeste punten binnenbrengen, want intussen ontstond er een gloednieuw nanomotortje in de staart van het team: Peter. Peter heeft twee uit twee en uit niets bleek gisteren dat hij van plan is te stoppen met scoren.

Na een matige opening volgde een subliem middenspel, opmaat naar een eindspel waarin een beslissende G-kracht loskwam :

Bodewes – Vlak

54. g5! Een optie die Fritz niet hoog in zijn voorkeurslijst zet, maar dat is alleen omdat Fritz niet van vereenvoudigen houdt; het is dè zet die aan alle zwarte weerstand een einde maakt. En een mooi voorbeeld van mijn stelling dat de beste zet niet altijd de sterkste hoeft te zijn!

(Naschrift: Net nadat ik dit verslag geschreven had mailt Peter een minder subliem moment iets eerder in de partij:

Peter sloeg hier achteloos met de dame op e8, met de toren slaan had tot mat in weinig geleid.)

Ook de energieke stijl van Dries, zowel tijdens als na afloop van zijn partij, dient belicht. Als ik Dries goed heb begrepen kwam zelfs Fritz superlatieven te kort voor zijn spel, wat voor Peter geldt, geldt ook voor Dries: siliconen anno 2016 kunnen deze mate van brille nog steeds nauwelijks bijbenen!

Koster – Overweg

Dries besloot af te ronden en speelde 30. Txd6. Hier heeft de wetenschap weinig aan toe te voegen.Evert speelde sterk, tot vlak voor het moment dat hij pardoes won. Daar had hij eigenlijk het belangrijkste voordeel laten glippen, maar zijn tegenstander tuinde in de tactische truc die in de stelling was geslopen:

 

Janse-Groot

27. xe6 Txe6? (27…Lxe5 moest nu echt) 28 Txh6! 1-0

Bij Maurits een aan Peter omgekeerd spelbeeld. Hij kwam goed uit de opening, maar vond niet het goede plan, waarna zijn tegenstander het heft in handen pakte en met bij tijden mathematische precisie hem de duimschroeven aandraaide.

Hazenberg-Logtmeijer

Het slot van de partij: 53 g6+! Kh8 54 Txg7 en 1-0

Van Janski, onze huischemicus op acht, had ik in deze bijzondere week meer verwacht. Krachtzetten van een jeugdtalent zorgden voor de nodige zand in de motor.

Kutchoukov -Jansen

Janski koos voor 22…xc6? en dat kwam de chemie in zijn stelling niet ten goede; de pion op e4 viel en onze Henk zag deze nooit meer terug. 22…Dxc6 zou zeker een speelbare stelling hebben opgeleverd.

4.5-3.5 voor ons dus en ik wil benadrukken dat dit een teamprestatie is. Tevreden en in vier auto’s en één trein (Peter) vervolgden we onze weg. Zeven Spassken zochten een Chinees-Indisch restaurant op in Almere Muziekwijk, waar we ons een keur van voorgerechten en rijsttafels en nog meer voorgerechten lieten voorzetten.

Tot slot wil ik nog even terugkomen op de stelling dat theologie en scheikunde zich op geen enkele wijze zouden verhouden. Dat lijkt mij baarlijke nonsens. Ik was er niet bij, maar het lijdt voor mij geen enkele twijfel dat bij de Schepping, of nauwkeuriger nog, de Creatio ex nihilo, heel wat chemie kwam kijken. Het toeval nu wil dat Nico op 11-7 jarig is, hij is precies een maand jonger dan ik (heel af en toe merk je dat nog.) Volgend jaar verwacht ik dus een Nobelprijs voor de natuurkunde in Amsterdam, gewonnen door een oud-collega van Nico bij de VU…of desnoods door hemzelf.