Complotdenken

Er is een manier om scheermesjes te maken die nooit bot worden en dus een leven lang meegaan. Het is iets met een diamond coating. Geproduceerd worden ze echter niet, het patent is in handen van Gilette.

Wie dit voor het eerst hoort, zal denken: ‘vreemd, maar waarschijnlijk wel waar’. Dit zal nog versterkt worden als voor verificatie even wordt gegoogeld. Gilette maakt er niet eens een geheim van.

Gebruikersfora laten de weken na het verschijnen van een nieuw model I-phone een enorme toename in klachten zien over oudere modellen. Dit steeds na een update van de oudere typen van de Iphone.

Toch is het aantal Apple-adepten dat de (m.i. toch wel voor de hand liggende) conclusie dat Apple de boel belazert, wil onderschrijven, al een stuk kleiner dan de groep die gelooft dat Gilette moedwillig een duurzame oplossing dwarsboomt voor scheermesjes. Merkliefde die realiteitszin ontstijgt?

Er zijn allerlei ranglijsten te maken van complottheorieën. Een kwantitatieve op basis van het aantal aanhangers. Een kwalitatieve op basis van de geloofwaardigheid van de pro’s en contra’s. De eerste is tamelijk objectief, de tweede wordt al snel subjectief. Er is ook één denkbaar op basis van impact. Persoonlijk denk ik dat 11/9 hoog scoort op alle drie categorieën, maar geen zorgen, daarover zal dit verslag verder maar niets zeggen.

Wel is de vraag ‘wat is waarheid?’ feitelijk grondvest en doel tegelijk van alle menselijke communicatie, dus ook fundamenteel voor een verslag van een schaakwedstrijd.

Spassky’s-Philidor Leeuwarden II op zaterdag 2 november 2019, was, zoals gebruikelijk is tussen beide teams, een spannende wedstrijd, die het team met het meeste fortuin nipt won. Het werd 3.5-4.5 voor de Friezen. Het verslag van Philidor is er ook eerlijk over: het had ook andersom kunnen zijn.

Doordat onze wedstrijdleider Jan Pilon verhinderd was, mochten we de arbiter van Staunton lenen. Dat was deze keer Jaap van der Graaf, die voorafgaande aan de match, in opperbeste stemming, grapte dat hij Dries wel eventjes door de metaaldetector wilde halen. Eveneens in de stijl van mijn inleiding deed Jaap, als zijsprongetje, een opmerkelijke constatering in het wedstrijdverslag van Staunton II:

“De klokken van de Spassky’s zijn gehackt door de Russen. En dat ontdekte ik vandaag rondom de tijdcontrole. Hoe de relatie Poetin – Spassky in elkaar zit weet ik niet, wel dat mijn koelbloedig optreden WO III heeft weten te voorkomen, maar dat was op het nippertje.”

Wat is waarheid? Wel, hier denk ik dat de eerste lichting DGT2010-klokken simpelweg een softwarefout bevat, die programma 19 misleidend maken (en updates ho maar.) Programma 21 moet het daarom zijn, in combinatie met handmatig instellen van de bonus van 30 seconden (welke dan automatisch gekopieerd wordt naar periode 2). Aldus vastgesteld door J. Pilon in zijn laboratorium na een eerder incident. Maar Pilon – Poetin…zoveel letters verschil is het ook weer niet.

Naar de wedstrijd.

Joop speelde op bord 1 tegen de sterke Marcel Vermaat. Met zwart, remise zou een zeer acceptabel resultaat zijn en dat lukte door knap en taai verdedigen. Zijn tegenstander had een of twee keer kunnen toeslaan, het laatst op zet 48:

Hier is 48. Tc8! nog winnend vermoedelijk, wit wint pion e6.

Dries op 2 speelde een SOS-opening tegen Auke van der Heide. Raker dan Maurits kan ik het niet omschrijven:

“Hoewel iedereen Dries’ openingsbehandeling met gefronste wenkbrauwen bekijkt, kwam hij toch in een redelijk speelbare stelling terecht. Zou hij stiekem een hypermoderne schaker zijn? Ik citeer Jeroen Bosch uit de Schaakmagazine van afgelopen augustus:

Het ‘moderne’ schaak is veel concreter dan het op logische regels gebaseerde ‘ouderwetse’ schaak. Vroeger zou je er niet snel over nadenken om zonder provocatie of duidelijk voordeel een loper voor een paard te geven. Nu is de gedachte veel meer: ‘Als het werkt, dan werkt het’.

Of zouden Dries’ enorme tactische vermogens het zicht op die logische regels vertroebelen of, sterker nog, die regels zelfs overbodig maken?”


Dries bood hier na 21 zetten remise aan en constateerde dat zijn tegenstander dat aannam “want hij zag hoe ik keek: vol zelfvertrouwen.” Dit zou je een Dries-waarheid kunnen noemen.

Ik zelf op drie speelde voor het eerst sinds lange tijd weer een overtuigende KNSB-partij tegen een tegenstander met een hogere rating ( dat zijn er de afgelopen drie jaar steeds meer geworden, waarmee de kans op zo’n opponent uiteraard toeneemt.) Het was volgens mij ook de eerste keer dat ik ooit tegen Jan Boersma speelde, hoewel we beiden al decennia lang actief zijn in het noorden.

In de opening moest ik een verleiding omzeilen:

Hier is er een kwaliteit te winnen met 13…Ph4?! Enig rekenwerk leerde mij dat de stelling na 14. Pxh4 Lxd1 15. Pf5 Lg4 16. Pxg7+ wit veel te veel compensatie geeft. Niet doen dus! Na het afwachtende 13…0-0 kwam zwart langzaam in het voordeel, dat omgezet werd in een pion. Het slot:

31…Lxg2!

Deze zet ontlokte de Philidor-scribent de opmerking dat Boersma een stuk voor stond, echter: “Helaas voor Jan werd hij middels een combinatie mat gezet”. Tja. Weing tegenin te brengen, behalve dat dat gewonnen stuk de eerste zet van die vermaledijde combinatie betrof. Soms is iets feitelijk juist maar onwaar. Andersom kan overigens ook: iets is feitelijk onjuist, maar wel waar. Wat mij betreft geldt dat voor het scheppingsverhaal. Maar geen zorgen, daarover zal dit verslag niets zeggen. (Ook al is correspondent Wind er op de een of andere manier ook nog achter gekomen dat ik Nederlands kampioen van de Pastores ben.)

32. Kxg2 Dg5+ 33 Kf1 Dxh5 34 Kg2 Dg4+ 0-1

Over bord 4, Evert tegen Maarten Etmans is dit verslag kort: 0.09 en remise.

Boeiender waren de vele anekdotes van Etmans na afloop, over Timman en andere vaderlandse schaakgeschiedenis, aldus Evert.

Op bord 5 onze eerste nul. Met weinig tijd in een complexe stelling vond Jan tegen Oene Schriemer 26…f5! helaas niet.

Nu is niets makkelijker dan dit Philidorpunt van de tegenstanders afpakken en aan onze zijde bijschrijven. 4½-3½ gewonnen en 2 matchpunten meer! Maar als het om waarheid gaat is nuance ook een aspect. Er was tijdnood, het krioelde van de punten in de aanval rond en vooral tegen Jans koning, een pionzet voelt dan niet als raadzaam aan, en zulke grote kansen als deze ene deden zich hierna niet meer voor. Verslaglegger der opponenten kent vier vraagtekens toe aan Jans 26…Lc5?, dat zijn er drie te veel. Vind ik.

Aan het zesde bord een partij die enige gelijkenis met een potje pingpong vertoonde, aldus Maurits. Hij speelde tegen de jeugdige Leandro Slagboom.

Hier had 22. Pd2 het materiaal behouden. Niettemin leek remise na afloop een faire uitslag.

Nog steeds zat 4-4 erin, echter op zeven ging het mis. Rein de Boer – Peter.

Peter zelf aan het woord: “Hartstikke remise. Tot 47…Da5.” Philidor ziet het echter anders: Rein stond vanaf het begin erg goed, toonde enige aarzeling in het afmaken, maar stond zo goed dat niemand over de uitslag twijfelde. Een mooi punt.”

Enfin, een toren de doos in, in één, dat is botte waarheid. En gezien de eerdere partij ook heel jammer. Want hoe is die zwarte koning op f8 gekomen? Via Ke8-f8 of via korte rokade, Kg8-f8? Beide antwoorden zijn onjuist! Deze koning is langs de route (eerst ook f8)-e7-f6-g6-h7-g8 opnieuw naar f8 gelopen! Twee eerdere stellingen uit de partij ten bewijze:

Hier volgde 20…Kf6

stelling na 23…Kg6

Peter speelde tot zijn blunder geconcentreerd en sterk, na een klein foutje in de opening. Waarheid is dat één enorme kortsluiting hem fataal werd.

Rolf op 8 liet met wit tegen Egbert Wind een degelijke remise noteren. In de slotstelling is er niet veel aan de hand, in tegendeel, maar een plan verzinnen met een doorklikkende klok niet eenvoudig.

Lege handen dus, en eerst maar naar beneden kijken, dat is de realiteit. Het vervolg is op 23 november tegen Assen II.