EXTERNE COMPETITIE

 

We staan er weer

Spassky's - Caissa 3: 4½ - 3½

29 november 2016

verslag: Peter

 

“Volgende keer tegen Caissa staan we er weer” waren de voorspellende woorden van de teamcaptain direct na de blamage in Arnhem de voorgaande ronde. En we stonden er! Bijna letterlijk ook want dat we allemaal een zitplaats hadden ging niet helemaal vanzelf hoorde ik naderhand. Een proloog van Van Putten maakt een en ander duidelijk.


Proloog door de teamleider: de fabel van Sissa

 

Wie kent er niet de fabel over Sissa die het schaakspel uitdacht voor koning Shiram? De koning uitte zijn dankbaarheid en vreugde over deze gunst, en sprak tot Sissa: ‘Vraag mij alles wat gij verlangt.’ Sissa dacht na en sprak: 'Dan wens ik één graankorrel op het eerste veld, twee op het tweede veld en zo steeds een verdubbeling tot het laatste veld.' De koning vond dit maar een bescheiden wens en stemde tevreden toe, totdat zijn rentmeester hem voorrekende dat al het graan van de wereld niet voldoende was om aan het verzoek te voldoen....

 

Of het toeval is of niet, sindsdien hebben er altijd briljante wiskundigen geschaakt bij Sissa. Een van hen slaagde er op zaterdag 26 november jl. in om de beide teams van Staunton en Spassky's in het instructielokaal te plaatsen, een geometrische prestatie van formaat: 32 spelers, 16 tafels!

 

Dat deze uitdaging door de rekenmeester was aangegaan was des te opmerkelijker, daar er op deze wijze in de meer dan drie keer zo grote bovenzaal slechts drie matches zouden plaatshebben, te weten die van Sissa I, II en III, en in het instructielokaal, nog geen 1/3 van het oppervlakte van de bovenzaal groot dus, liefst twee. Goed, in de benedenzaal werd gedamd, maar de enige nuance die ik verder nog wist te bedenken is dat een wedstrijd van Sissa 1 (in de meesterklasse) twee borden meer telt.

 

Met de atmosfeer in het instructielokaal, die, met een najaarszonnetje pal op de ruiten, in geval van 16 spelers al tot een ware broeikas kan worden, was geen rekening gehouden, noch met de heldere afspraak die door de teamleiders van Spassky's en Staunton met de beheerder van het Denksportcentrum vooraf was gemaakt. Deze, het kan geen kwaad denk ik om hem een keertje te herhalen, luidde: Sissa met drie teams in de bovenzaal samen met de Spassky's, Staunton in het instructielokaal.

 

Om kort te gaan: rond half één werd met vereende krachten alsnog een achttal tafels in de bovenzaal bijgezet, uit de boogde legbatterij vandaan naar het scharrelhok der Sissanen, waar zesentwintig Sissanen afscheid moesten nemen van de aldaar voor hen ongetwijfeld liefdevol gesitueerde eilandjes. Vereende krachten wil zeggen: Twee Spassken, één vroege Stauntonspeler, schaakreporter Jan van Os (hulde), en fotograaf Harry Gielen (lof); de Sissanen vonden het, behalve véél te laat, geloof ik vooral ook helemaal niets wat die teamleider van de Spassky's daar aan hun hoofd zat te zeuren (foei).

 

Op 4 februari 2017 zullen er weer vijf KNSB-teams in het JvdW spelen. Het gaat dan, verbazen zal het de lezer niet, wederom om Sissa 1 tot en met 3, Spassky's en Staunton. Het is mij onbekend of er in de benedenzaal opnieuw een andere activiteit zal zijn, zo ja, dan lijkt het mij de ultieme hersenkraker voor de zeker niet ongetalenteerde mathematici van Sissa om eens te proberen hun eigen drie teams in het instructielokaal te plaatsen. Kunnen daar wellicht ook 26 tafels geposteerd worden? We gaan het zien. De teamleider van de Spassky's helpt graag mee tafels sjouwen. En op Jan van Os en Harry Gielen is ook altijd een beroep te doen.

 

Ik ben me van dit alles niet bewust als ik, iets te laat, aanschuif aan bord 8. Een notatiebiljet wordt me door Dries aangereikt. Hij speelt zelf niet vanwege een lelijke sportblessure en komt dus kijken. Hij komt niet, zoals je dat bij de meesten ziet, zo rond de tijdnoodfase even binnen wandelen om dan her en der in wat lijken te gaan pikken, maar hij is nog voor de wedstrijd begint aanwezig! Fantastische teamspeler. Niets dan lof!

 

Ik weet niet meer in welke volgorde de enen en nullen binnen stroomden (want dat waren het voornamelijk) maar ik moet beginnen bij bord vijf. Niet omdat ik dat zo graag wil maar hier zit enige druk achter. Behalve de proloog van de teamcaptain kreeg ik namelijk nog een brief in de bus gedouwd. Een nogal mysterieuze brief. Geen postzegel, geen referentieadres. Niets. Het moet afgelopen nacht zijn in de brievenbus zijn gedropt of misschien heel vroeg in de ochtend. Ik heb in elk geval niets gemerkt of gezien. Een blanco enveloppe met daarin een normaal Aviertje met een aangeniet notatiebiljet. In het brievenhoofd de naam van een groepering waarvan ik nooit eerder heb gehoord. Behalve wat schuttingtaal en behoorlijk grove krachttermen vielen me de woorden “actiegroep”, “vervuiling”en “plantenbak” op. Ik had al snel door met een duister gezelschap te maken te hebben waar niet mee kan worden gesold. Google leerde me dat er verbanden bestaan met een militante groep die zich “Mayonaise is Moord” noemt. Een paramilitaire groepering die vooral in de jaren negentig van zich liet horen. Al met al een zorgelijk geheel. In de korte maar dwingende brief word me gesommeerd aandacht te besteden aan de partij van bord vijf en zorg te dragen voor het aangehechte notatieformulier en alle toekomstige notatieformulieren van Jan P. En dat ze dus weten waar ik woon! En dat ze niet erg gecharmeerd zijn van tegenspraak!! En ook niet van de politie!!! Nou ja, ik heb een vrouw, ik heb kinderen. U begrijpt: ik heb weinig keus.


Jan P speelt een partij die begint zoals er al 1000 partijen zijn begonnen. Het wordt een origineel geheel als wit met een opmerkelijk kwaliteitsoffer komt op zet 12.

 

JanP1 Stelling na de elfde zet van zwart. Wit speelt nu niet 12. Tc2 maar het verrassende 12. bxc4. Een positioneel kwaliteitsoffer dat tot een interessant middenspel leidt.

 

 

 

 

 

 

 

 


JanP2 Een paar zetten later speelt Jan een minstens zo opmerkelijke zet in nevenstaande stelling. Niet het eenvoudige 15. … dxc4 maar 15. … Tc8 Er volgt 16. cxd5 Lxd5 17. Dd2 Le6 18. d5 So far so good, wit heeft iets voordeel maar niet meer dan dat. Een goed vervolg was nu geweest 18. …. Da5 (consequent op de penning spelend) maar vanaf hier worden alle foute paden ingeslagen die er maar voorhanden zijn. Een en ander resulteert in

 

 

 


JanP3 waarna het afschuwelijke 22. … Tc4? consequent de afgrond opzoekt. Er volgt 23. Df4 Kg7 24. e5 fxe5? 25. Dg5+ 1-0.

 

Tot ongeveer de 20e zet is er een Postma en een Spassk in deze partij te ontdekken, daarna lijkt een zelfdestructieve kracht aan het werk en is er geen werkje van de grote roerganger meer te vinden die er op lijkt. Maar er zijn genoeg verzachtende omstandigheden aan te wijzen. Boris Vasilevich weet dat. Ik kijk even naar zijn portret die elke wedstrijd mee reist. Nadat Jan opgeeft vertrekt Spassky geen spier. Mildheid lees ik in zijn ogen. Hij begrijpt het wel. Hij weet hoe het soms werkt. Shit happens, as they say. Het bewuste notatieformulier heb ik als bewijs van goed formulierhouderschap in een speciaal voor dit doel aangeschafte map gedaan. Zo hoop ik voldoende aan de eisen van genoemde actiegroep te hebben voldaan. Bovendien heb ik nu bewijs dat dit het geval is en kan ik verder met het verslag van de gebeurtenissen op deze mooie zaterdag. Dat we er zin in hadden bleek eerder al uit een van de berichten uit de groeps-app: “Typisch een Verosov weertje vandaag. De hele natuur schreeuwt om d4 Pc3!”


Aan bord drie maakte Tom Spits zijn debuut voor de Spassky’s. Tom was nog niet bij alle spelers bekend en dat leidde tot een enigszins genante situatie toen ik aan Dries vroeg wie eigenlijk aan ons derde bord speelde. “Ik” zei de degene die naast Dries stond. “Ah, dan moet jij Tom zijn”. Als oud-Caissalid was Tom een onaangename opponent voor de Amsterdammers. Hij heeft een aantal jaren niet actief achter het bord gezeten maar de partij maakte een zeer goede indruk op alle aanwezigen. Vooral de Spasskyleden waren wel enthousiast. Net als bij Jan, en natuurlijk Spassky – Surachow, Leningrad 1954, Bronstein – Spassky, Amsterdam 1956 of Gipslis – Spassky, Riga 1958 ook hier een kwaliteitsoffer. Nu van onze kant.


Tom1 Op de 17e zet speelt Tom niet het in eerste instantie overwogen Lxa3 maar 17. … Txc3. Wit krijgt enig voordeel maar even later geeft hij zonder noodzaak zijn loperpaar op en dan kantelt de partij langzaam maar zeker. Mede onder druk van de tijd brokkelt de witte stelling af. Wit geeft de kwaliteit terug en het lijkt hopeloos te worden. Toch komt er zo’n tien zetten later nog een kans voor wit.

 

 

 

 

 

Tom2 Stelling na de 29e zet van wit. Zwart heeft nu de winst in handen met 29. … f6! Er valt een stuk van het bord. Zwart ziet echter allerlei moois op de lange witte diagonaal en speelt 29. … Lxg2. Wit is in ernstige tijdnood en mist hier het sterke 30. Ph5! die de stelling helemaal zou recht trekken. Vreselijk moeilijk te vinden zet natuurlijk. Een van de pointes is dat de g lijn kan worden dichtgehouden met stukken. Na 30. Dh6? krijgt zwart precies wat hij in gedachten had. 30. …Lh1 Na deze zet kan wit alle dreigingen niet meer pareren. 31. Dh3 Txg7+ 32. Lxg7 Kxg7 33. Dc3+ Lf6 34. Dg3+ Kf8 35. Da3+ Le7 36. Db2 Lc5+ en wit geeft op.

 

Wat een lekker partijtje na jaren onthouding! Het leidde bij de jongens van Caissa, die ik later buiten sprak tot volzinnen waarin de woorden overloper en vuil beide voorkwamen. Verder werd gesproken over de lange autorit terug naar huis. In de auto slechts een half punt. Ai, dan wordt een lange rit een hele lange rit. Dit ondanks het feit dat het van Groningen naar Amsterdam een stuk korter is als andersom. Droomdebuut voor Tom.


Net als de overeenkomsten tussen bord 3 en 5 zijn er ook op bord 1 en 2 duidelijke overeenkomsten. Hier speelt de zeldzame zet Kf1 een belangrijke rol. 34. Kf1 uit Spassky – Stein, Moskou 1967 was natuurlijk de inspiratiebron, bij ons zowel als de Caissanen.

 

Roelof1 Dit is de stelling op bord 1. Zwart heeft koningsaanval maar erg verwoestend is dat niet bepaald te noemen. Maar na 28. Kf1? Dh4 wordt de aanval zeer tastbaar. Na 29. h3 wat anders? 29. … Lxh3! heeft de zwarte aanval ineens orkaankracht. Alle stukken doen mee, ook de toren van a8. De witte stukken staan er verloren bij. En verloren is het. Roelof maakt de partij op indrukwekkende wijze uit. Een partij van het soort dat Spassky alleen speelde toen hij tien jaar jonger was als Roelof nu. Dat maakt de prestatie alleen maar nog indrukwekkender!


In de partij op bord 2 werd de zet Kf1 niet eens gespeeld maar bij een analyse bij de Indiër/Roemeense beweerde Putski dat als 37. Kf3 zou worden vervangen door 37. Kf1 er nog remisekansen zouden zijn geweest. Fritz ondersteunt die visie niet maar Kf1 is zeker de betere zet.

 

Putski1 In de partij kwam dus 37. Kf3 en na 37. … b4 38. cxb4 Le4+ 39. Pxe4 dxe4+ gaf Henk op. Er komt een vorkje op d5. Overigens was de kiem van het kwaad al veel eerder gelegd. Al op de 8e zet was het kleine zetje 8. a3 een ernstige misser. Ik weet ook niet waar dat vandaan komt. Spassky speelde nooit a3. Een heel enkele keer misschien. In 1959 bijvoorbeeld tegen ene Franz. Die speelde Frans en verloor. Ondanks 5. a3.

 

 

 


Een en ander brengt ons logischerwijs bij de partij van Maurits. Daar werd namelijk geen a3 gespeeld en dus won Maurits ook niet. Ik laat Maurits zelf maar even aan het woord. “Mijn partij was de enige remise en verreweg de saaiste van de dag. Fritz vond alles goed, de hele partij stond het volkomen gelijk”. Onderstaand de stelling waarin de witspeler remise aanbood. De gelijkenis met tal van late Spassky partijen dringt zich op.


Maurits1 Maurits zelf nog even: “Een mooi resultaat tegen een gerenommeerde tegenstander.” Precies! En een heel nuttig halfje.

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Even de puntjes optellen. 2½ voor de Spassky’s, 2½ voor Caissa. Bord 4 kan nog alle kanten op, bord 6 staat niet zo goed, bord 8 staat heel goed. Dit wordt nog heel spannend! En met die Spassky’s weet je het natuurlijk nooit. Het zal niet voor het eerst zijn dat we van de koploper winnen en van de uiteindelijke degradant verliezen. Vorig jaar speelden we 4-4 tegen de Twee Kastelen die daardoor uit de KNSB werd geknikkerd, terwijl we van de koploper hadden gewonnen. Boris Vasilevich zelf was dat soms ook. Wat wisselvallig. En we kopiëren onze grote roerganger natuurlijk zoveel mogelijk, dat is inmiddels wel duidelijk geworden. Nu was hij bekend om zijn universele speelstijl. De mogelijkheid om allerlei soorten stellingen te kunnen spelen. Dat scheelt. In Arnhem, de vorige speelronde, stond er in de analyseruimte ergens de hieronder gegeven stelling op het bord.


eindspel1 Zwart aan zet moet hier 1. … Ta6 spelen om Kg6 te voorkomen. Na 2. f6 doe je 2. … Ta2 en de achterwaartse schaakjes redden zwart. Klaar als een klontje. “Dit is toch gewoon Philidor?” opperde iemand. Ik weet niet meer precies wie van de Spassky’s antwoordde maar het antwoord was heel helder. “Philidor? Wij zijn de Spassky’s! Philidor kennen wij niet!”
Maar zo eenzijdig zijn we natuurlijk niet. We hebben meer pijlen op onze boog. Sinds Dries goede vrienden is geworden met Anatoly Jevgenjevisch sluipt ook het spel van Karpov in ons spel. Dries en Karpov kennen elkaar goed, elke teammaaltijd worden we daar door Dries wel even weer aan herinnerd. De maaltijd bij de Indiër cq Roemeen na de wedstrijd was geen uitzondering. Vriend Karpov kwam weer uitgebreid voorbij. Dries en Anatoly ruilen op niet-KNSB zaterdagen vaak postzegels met schaakmotief. “Zeg Tolly (dat is uitsluitend voor de echte intimi, laat dat duidelijk zijn!), heb jij die mooie grote zegel uit de Filippijnen al? Die met Campomanes erop? “Zeker Dries, zeker, die heb ik wel”. Ze spelen dan ook nog even een potje stel ik me zo voor. Aleid kookt ondertussen borsjt want dat is een van de favoriete gerechten van Karpov. Belangrijk daarbij is dat de bietjes ongeschild worden gekookt volgens hem. Niet eerst schillen en dan koken. Njet, njet, njet, eerst koken, dan schillen! Nou ja, zo is Karpov dus in het spel van de Spassky’s geslopen.

 

Een overduidelijk bewijs is de partij aan bord 8. De stijl van Karpov is in alle facetten van de partij te herkennen. Zwart is volkomen kansloos gebleven en het lijkt alsof de witspeler, behalve de speelstijl, ook even de huidige rating van Anatoly Jevgenjevisch heeft geleend. Bodewes (2619) – Visser (2009) Gezien het ratingverschil volstrekt logisch dat het een wat eenzijdig partijtje is geworden.


Peter1 Rechtstreeks vanuit de opening is een stelling ontstaan waarin wit meer ruimte heeft en actievere stukken. Bovendien heeft de zwarte stelling een aantal kwetsbare plekken waar de volgende witte zet de vinger oplegt. 22. Tb3!
Het andere kwetsbare punt wordt een aantal zetten later ingenomen. Dat is feitelijk het eind van de partij.

 

 

 

 

 

Peter2Zwart heeft geen verdediging tegen de dubbele dreiging Pxg7 en Pc5+. Na 31. … Lh6 32. Pc5+ Kd6 33. Pxb7 Txb7 34. Le3+ geeft zwart met een “er blijft me vandaag niets bespaard” op.

 

 

 

 

 

 

 

 


De Spassky’s dus op voorsprong maar bij Jan Kroon hangen er donkere wolken boven de stelling.
JanK1 Wit (Jan K.) staat misschien iets minder maar het is alleszins houdbaar. De kiem van het kwaad wordt hier echter gelegd met het te optimistische 27. Tc1 waar de afwikkeling 27. Df3 meer kansen op gelijk spel bood. Na enige tijd ontstaat er een paardeneindspel met een extra pion voor zwart. Niet zomaar een pion maar een verre vrijpion op de a lijn. Hopeloos voor wit maar Jan verdedigt zich zo taai mogelijk. Alle lof voor “het blijven zitten”. Uiteindelijk beslist natuurlijk de vrijpion en dan is er nog slechts de partij van Evert. Stand: 3½ -3½.

 


Ook bij Evert een paardeneindspel.
Lang geleden, toen ik voor de ballotagecommissie van de Spassky’s zat, moest ik de eindspelen met lichte stukken van Spassky opnoemen (en laten zien) die Boris Vasilevich ooit op het bord had. De klassieker Taimanov – Spassky, Leningrad 1952 die ik niet alleen kon laten zien, maar ook kon uitspelen, gaf destijds de doorslag bij mijn benoeming. Ik weet het nog goed:
eindspel2 Spassky staat een pion voor maar met alle pionnen op dezelfde vleugel is dit lastig te winnen. De partij werd na een hard gevecht remise. Bij Evert is het anders: daar zijn pionnen op beide vleugels. Maar voordat we naar het paardeneindspel gaan, eerst een vroeger moment in de partij.

 

 

 

 

 

 

 

Evert1 Stelling na 29. Pxa8 Zwart speelt hier a tempo 29. … Lc5?. Op het eerste gezicht een logische zet. Dat stuk op a8 moet terug komen en veld b6 moet dus onder controle worden genomen. Als de zwartspeler iets meer tijd had genomen was hem het hele sterke 29. … Lxg5 wellicht niet ontgaan. 30. Lxg5 is daarna niets. Er volgt 30. … Pxg5 en wit heeft niet beter als 31. Pg1. Dan kan zwart kiezen of hij het paard van a8 onmiddellijk ophaalt of eerst nog iets anders speelt. De extra pion op de koningsvleugel is veel waard. De andere optie voor wit is wijken met de aangevallen loper. 30. Lf2 bijvoorbeeld. Maar dan heeft zwart eenvoudig Ld8. Typisch geval van te snel gespeeld. Wit heeft na de tekstzet iets voordeel.
Het extra witte paard blijft nog een flink aantal zetten in leven. Pas op de 36e zet verdwijnt het van het bord.

Evert2 Stelling na 36. … Kxa8. Wit staat voor een hele moeilijke beslissing die achter het bord nauwelijks gefundeerd is te nemen. Ga je met Pc6 voor de a pion of speel je h4 gevolgd door Pxf7. De engines spelen hier graag 37. h4 maar het is goed denkbaar dat na nadere analyse dat oordeel moet worden bijgesteld. Een aardige opdracht voor een herfstige zondagmiddag. Evert speelde 37. Pc6 en krijgt dus een meerderheid op de damevleugel. Voordat die meerderheid echt iets gaat betekenen moet er nog wel wat water door de Amstel want de waarde van de achtergebleven a pion is vooralsnog niet hoog.


Evert3 Stelling na 42. Pf4. Zwart heeft de damevleugel onder controle maar de andere kant van het bord lijkt voor wit. Hoe gaat zwart zich verdedigen tegen Pd5? Zwart besluit, alweer heel snel, tot een rigoureuze oplossing: 42. … f5. Dit verzwakt de stelling behoorlijk en wit heeft hierna weer een lekker voordeeltje. Slim was 42. … Kc5 geweest waarna 43. Pd5 niet gaat wegens f5. De stelling is daarna niet meer te winnen. Beter als 43. Pd5 is 43. h4 om na 43. … Pf7 te vervolgen met 44. Pd3+ Kb5 45. Kd4. Plusje voor wit maar is het genoeg?

 

 

Evert4 Stelling na 46. …Pc3 Hier waren de meeste toeschouwers ervan overtuigd dat wit zou winnen. 47. Pc1 en hoe gaat zwart zijn koningsvleugel overend houden? Evert ging echter lang in de denktank. Waar kijkt hij allemaal naar vroegen we ons vertwijfeld af? Misschien naar dit: 46.Pc1? Kc5 47.Kf4 Kd4 48.Kxf5 Ke3 Ai. Het paard is verloren. 49.Kg5 Kd2 50.Kh6 Kxc1 51.Kxh7 Pe4 52.Kg6 Pg3 53.Kg5 Kb2 54.Kg4 Pe4 55.Kf5 Kxa2 56.Kxe4 Kxb3 57.h5 Ka3 58.h6 b3 59.h7 b2 60.h8D b1D+. Wat een variant! Er was geen hond die dit allemaal had gezien maar Evert voelde duidelijk onraad. Er kwam 47. Kf4! Fantastische zet! Zwart mag de a pion hebben. De b pion is namelijk een veel lastiger prooi. Na 47. … Pxa2 48. Kxf5 staat zwart op de rand van de afgrond. Wellicht dat 48. … Pc3 het nog net droog houdt maar dit eindspel wordt nooit meer gemakkelijk voor zwart. In de partij kwam 48. Kc6 waarna wit helemaal gewonnen staat. De h pion ophalen en met de eigen h pion promoveren dan wel de h pion gebruiken als lokaas. Evert speelde echter voorzichtig 48. Ke6?! Opnieuw is Pc6 een mogelijke remisekans maar er volgt 48. …h5 49. Ke5 Een groep Spassken stond gespannen rond het bord. Zwart speelt a tempo 49. Kb5? Een hele rare zet. Ik kijk Jan aan, er is oogcontact met Dries. Zichtbare opluchting. Iedereen die om het bord staat weet dat de partij nu de goede kant op gaat rollen. Met de zwarte koning helemaal misplaatst is het nog slechts een kwestie van tellen. Wel nauwkeurig tellen, maar puur tellen.
50.Kf5 Pc3 51.Kg5 Pe4+ 52.Kxh5 Pd2 53.Pc1 Pf3 Nou nog een diagrammetje dan. En de witspeler aan het woord:
“Dit was het moment, dat mijn tegenstander ogenschijnlijk zelfverzekerd opstond. Ik schrok ook. Hij gaat op h4 slaan, loopt naar mijn paard en remise. Pas na een paar minuten was ik weer rustig en toen drong tot mij door, dat hij ook het tweede paard in deze partij op mocht halen”. Inderdaad, de zwarte koning moet eerste helemaal naar c1 lopen. Wit heeft voldoende tijd om naar b4 te gaan. De enige discussie die er hierna nog was, was of wit nu een of twee tempi over zou hebben.


Evert5 54.Kg4 Pxh4 55.Kxh4 Kc5 56.Kg4 Kd4 57.Kf4 1-0

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4½ - 3½ voor de Spassky’s. Geweldig. Toen we het Denksportcentrum uitliepen werden we opgewacht door een redelijk uitzinnige menigte die een ontroerend lied aanhief. “De engeltjes lagen bij nahahagte. Ze lagen bij nacht in het veld. Daar hoorden ze engeltjes zingen: SPASSKY’S! SPASSKY’S! Evert, als een van de vele helden van de dag werd nog gejonast. De feestelijkheden werden later op de Grote Markt voorgezet. Honderden feestende mensen met maskers van een jonge Spassky op. Zwart-wit geblokte jasjes aan. Rugnummers: bord 1: Spassky, bord 2: Spassky. Muziek van de Boegies uit de luidsprekers: Irishnov, Smirnov Sarovich. Prachtig.

 

gedetailleerd ronde 4

 

 

Groningen ‘hoog’ uit de beker gemept!

De Toren 2 - Spassky's: 4½ - 3½

5 november 2016

verslag: Folke

 

Toen ik de speelzaal van De Toren in Arnhem binnenkwam moest ik opeens terugdenken aan de tijd dat ik nog uitkwam voor dat andere Groningse team, Schaakgenootschap Ludendo Studemus. Een subvereniging van het grote Vindicat. Het bijzondere is dat ik wel uitkwam voor Ludendo maar niet in Groningen studeerde. Met de 9 tekorten op mijn HAVO eindlijst zou ik waarschijnlijk ook nooit zijn toegelaten tot de RUG. Wel was het zo dat mijn broer in Groningen studeerde. Maar bovenal was hij toch vooral teamcaptain van het Schaakgenootschap Ludendo Studemus. We spreken eind jaren 80 hier. Om voor de hand liggende redenen kwam mijn broer tijdens de NOSBO bondswedstrijden regelmatig spelers tekort. En zo kwam het dat ik om de haverklap om ‘vijf voor twaalf’ een dringende oproep kreeg om mij zo spoedig mogelijk richting Groningen te begeven om aldaar, onder valse naam natuurlijk, een NOSBO wedstrijd te spelen. En ondanks dat ik al lang en breed een braaf burgerbestaan had opgebouwd en niks op had met de studenten mores, is mijn hoogverraad nooit aan het licht gekomen. Tenminste niet bij onze tegenstanders en de NOSBO. Wel bij de Vindicatters. Toen ik bij onze eerste thuiswedstrijd het sociëteitsgebouw aan de Grote Markt binnenkwam hadden zij onmiddellijk in de gaten hadden dat ik niet één van hen was: “Jas uit! Deur dicht! Niet met je rug naar de bar staan!”. De thuiswedstrijden waren sowieso een happening op zich. Onze arme tegenstanders die overdag nog op de akkers rondom Kolham hadden staan ploeteren, moesten zich via het bargedeelte ( “Jas uit! Deur dicht! Niet met je rug naar de bar staan!”) naar de bibliotheek begeven alwaar geschaakt werd. Een prachtige sfeervolle ruimte trouwens die bibliotheek, met het indrukwekkend hoge plafond, de lederen fauteuils en de oude meesters aan de muur. Als echte studenten begonnen wij doorgaans een minuut of vijf na aanvang van de partijen de eerste Wilde Havanna’s op te steken en het duurde meestal niet lang of de hele bibliotheek zag blauw van de rook. Het begrip thuisvoordeel kreeg hier voor mij pas echt betekenis. Maar ook de uitwedstrijden waren de moeite waard. Regelmatig gekleed in jacquet en met steevast een krat bier in de ene en een doos Havanna’s in de andere hand, speelden wij onze onderbond partijen in Bedum, Zandeweer en andere exotische oorden. Het kratje bier werd daarbij op een apart tafeltje naast het eerste bord geplaatst. Tijdens de partijen resulteerde dit meestal al in een drukte van belang rondom de eerste bord speler. Ondertussen was ik al lang niet meer de enige invaller. Omdat de echte studenten het steeds vaker lieten afweten was mijn broer genoodzaakt meer en meer huurlingen op te stellen. Dat dit soms tot verrassende resultaten kon leiden hielp een oud teamgenoot me laatst nog herinneren. Volgens hem hadden we zo ooit Groningen ‘hoog’ uit de beker gemept*.

 

Het toenmalige Ludendo staat in schril contrast met mijn huidige team, Spassky’s. Het kratje bier bij het eerste bord is vervangen door een fotolijstje met daarin een vergeeld portret van Boris Spassky. En de Wilde Havanna’s door bananen welke voor de partij door Janski met een minzaam knikje, als waren het hosties, aan de mede Spassken overhandigd worden. Tijdens de gesprekken op de groepsapp voorafgaand aan de matches gaat het alleen nog maar over toneel, Jazz en Frozen Shoulders. De Spassky’s komen op leeftijd en dat is te merken. De motor van het team had voor de match tegen De Toren zelfs af moeten zeggen, ADHDries kampte met fysiek ongemak. Het is tekenend voor het verval van wat ooit een groot team was. Zelf draag ik voor een belangrijk deel bij aan dit verval. Mijn vormcrisis is werkelijk indrukwekkend te noemen en het duurde dan ook niet lang of de volgende stelling kwam op het bord.

 

Van Hoorn - Van Dorp

 

Van Hoorn- Van Dorp, stelling na 15 f5!

 

Als ik mijn tegenstander en de omstanders zou willen overtuigen dat ik wel degelijk over enig schaakinzicht beschikte zou ik misschien het beste hier maar opgeven. Wellicht waren ze dan onder de indruk geraakt van mijn diepe rekenvermogen, “Hij zag hier al dat het verloren was”. Mijn probleem was echter dat de match nog maar nauwelijks begonnen was en ik niet graag de eerste nul wilde laten noteren. Om wat tijd te rekken keek ik eens naar het portret van Boris Spassky dat op het tafeltje naast Roelof stond. Al sinds ik voor de Spassky’s uitkom probeer ik de blik in zijn ogen op de foto te duiden. In eerste instantie leek die mij raadselachtig toe, misschien vergelijkbaar met de Mona Lisa. Later dacht ik aan beminnelijk. Maar nu raakte ik, hoe langer ik naar hem keek, er meer en meer van overtuigd dat zijn blik medelijden uitstraalde. Medelijden met dit team dat de vrijheid had genomen zijn grote naam te gebruiken. Terwijl ik zat te mijmeren had Peter ondertussen gelukkig opgegeven. Na wat traag openingsspel maakte hij een vervelende misrekening die hem de partij kostte.

 

Van Nispenrode - Bodewes

 

Van Nispenrode-Bodewes, stelling na 21 …, Pd5??

 

21..Dd7 was nog speelbaar, al heeft zwart het niet makkelijk. 22 Lxd5 xd5 23 Dc3 Kd7 24 Dc5 1-0.

 

Ik kon nu ook veilig mijn verloren stelling uitspelen. Mijn jonge tegenstander was zeer kordaat en had niet veel tijd nodig.

 

Van Hoorn - Van Dorp

 

Er volgde 15…xe5 16 Pd6+ Lxd6 17 xd6+ Kf8 18 Tae1 Th6 19 Pg5 Te6 20 Pxe6+ xe6 21 Txf5! xf5 22 d7 1-0.

 

Niet lang daarna verloor Janski zijn partij. Zijn tegenstander bleek in staat om met één damezet zoveel stukken aan te vallen dat deze eenvoudig weg niet allemaal meer tegelijk te dekken waren. Na zijn opgave hebben we niets meer van Janski vernomen (op wat appjes over wijn na). Zijn partij kan ik dan ook helaas hier niet laten zien. Ik schat zo in, gevalletje notatiebriefje uit het autoraam gegooid. Trek het je niet aan Janski, en denk aan die grote strateeg die ooit zei: “Succes is nooit definitief, verliezen nooit fataal, alleen moed telt”.

 

Vanwege het grote ratingverschil was Putski op bord 2 zo sympathiek geweest zijn tegenstander een pion voorgift te geven. Hoe lastig kon het nou zijn om die pion tijdens de partij te heroveren en en passant ook nog even de gehele partij naar je toe te trekken? Nou dat bleek verdraaid lastig. Putski bleek niet alleen een pion maar ook een stukje stelling als voorgift te hebben gegeven.

 

Roskam-Van Putten

 

Roskam - Van Putten, stelling na 16 …, Dc5

 

Hier kon Putski’s tegenstander beslissend voordeel behalen door 17 Da4! te spelen. Met vervelende dreigingen als Le3 of Lf4. Vervolgens een witte toren naar de c lijn en zwart moet verliezen. Wit speelde echter 17 Tfd1 en Putski kon na Dxd4 Txd4 de partij zeer geconcentreerd naar remise schuiven. Achteraf bezien een prestatie van formaat.

 

3,5-0,5 dus. Een gelopen race zou je zeggen. De mannen van De Toren staken hun verbijstering niet onder stoelen of banken. Tot bijna vervelens toe spraken zij meerdere malen hun verbazing uit over de tussenstand. “Dit hadden we nooit verwacht”, “Ongelofelijk!”. Ik kon ze alleen maar gelijk geven, wij hadden dit ook niet verwacht.

 

Er was echter nog steeds een strijd aan de gang. Maurits zat zeer goed in de partij. Zijn tegenstander had de opening lichtelijk verbruid en Maurits kon, geholpen door zijn loperpaar, zijn voordeel zet voor zet uitbouwen.

 

Logtmeijer-McNab

 

Logtmeijer-McNab, stelling na 23 c5?!

 

Hier had zwart met 23 ..,Pd7 de laatste kans op een min of meer gelijkspel. In plaats daarvan speelde hij 23…,dxc5 waarop wit na 24 Lxc5 zijn voordeel verder uit kon bouwen.

 

En ook Edwin onze vriendelijke Zuiderling stond, zoals het een echte Spassk betaamt gewoon goed.

 

Glasbeek-Van Zon

 

Glasbeek - Van Zon, stelling na 20. Pa4

 

Een mooie stelling voor zwart, je zou denken laatste torentje ontwikkelen en het paard een keer naar e4 misschien. Maar Edwin speelde het anders., 20…,h5! Dat zijn de echte creatieven van geest. Zij die zich niet laten misleiden door het feit dat de h pion al een keer verzet is. Na 21 Pac5, h4 22 Te1, Tac8 23 Dc3,b6 24 Pd3,Pe4 25 Dc2, Dg5 had zwart beslissend voordeel bereikt.

 

3,5-2,5 dus. Nog twee partijen aan de gang. Hoe Evert stond wist niemand. Zelfs hijzelf niet. Maar zijn stelling was op zijn zachts gezegd verdacht. Het was daarom dat hij voor overleg de analyse ruimte binnenkwam met in zijn achterzak een remiseaanbod van zijn tegenstander. Wat te doen, zijn stelling was zo onduidelijk. Aan bord 1 zat Roelof een eindspel met een goed paard tegen een matige loper uit te melken. Hier lagen kansen als Evert de remise zou accepteren moest Roelof het eindspel winnen en dan konden we hier met 4-4 ontsnappen.

 

Janse-Hovestadt

 

Janse-Hovestadt, slotselling

 

De computer wees uit dat Evert toch duidelijk minder staat in deze stelling. Goede keuze dus om remise te accepteren.

 

En dan het sluitstuk, het spektakelstuk, de apotheose, de climax. Het eindspel van het goede paard tegen de matige loper had inderdaad een pion opgeleverd maar er stonden ook nog wat dames op het bord. De veiligheid van de koning speelt een belangrijke rol in dit type eindspelen. Daarnaast zou een vrijpion erg welkom zijn. Als ik me goed herinner hebben we Giri maar ook Karjakin dit type eindspel onlangs nog eens zien winnen. Maar Roelof is geen Karjakin en zeker geen Giri. Roelof was moe, Roelof had het erg druk gehad en daarnaast verkeert Roelof in een vormcrisis die sinds Hilbert van der Duim nauwelijks meer is voorgekomen.

 

Kroon-Visee

 

Kroon - Visee

 

In deze stelling speelde Roelof met wit het bijzondere h4, misschien geïnspireerd door de zet h5! van Edwin. Echter hier is de zet h4 een hele vreemde. Opeens heeft wit geen mogelijkheid meer om g4 te spelen om zo een pionnenmeerderheid te creëren. Na wat schaakjes en een klein blundertje op het eind kon Roelof niet anders dan berusten in het onvermijdelijke, remise.

 

De Spassken verloren zo de wedstrijd tegen De Toren met 4,5-3,5.

 

Toen ik door de speelzaal naar de uitgang liep wierp ik nog een laatste blik op onze mascotte. Het portret van Boris Spassky dat nog eenzaam op het tafeltje stond naast bord één. Opeens zag ik in zijn ogen wat ik eerder niet kon plaatsen. Minachting, pure minachting.

 

gedetailleerd ronde 3

 

* Letterlijk zei hij: “uit de beker getieft” maar het leek me niet gepast dat hier te herhalen.

 

-------------------------------------------------------------------------------------

Mijn collega Ben Feringa

Almere 2 - Spassky's: 3½ - 4½

8 oktober 2016

verslag: Putski

 

 

 Almere 2 - Spassky's 3.5-4.5, schematische weergave

 

Almere 2 - Spassky's 3.5-4.5, schematische weergave

 

Deze week klonk er luid gejuich uit de gebouwen van mijn werkgever RUG toen bekend werd dat chemicus Ben Feringa co-winnaar was geworden van de Nobelprijs voor de scheikunde. Deze enorme eer viel hem te beurt voor het medeontwerpen van een moleculair nanomotortje (zie bovenstaande afbeelding.) Een collega van mij dus die in de prijzen viel, al werd er door onze Amsterdamse correspondent Nico ernstig bezwaar gemaakt tegen de aanduiding 'collega'...want wat hebben theologie (de faculteit waarvoor ik werk) en moleculaire nanotechnologie nu met elkaar te maken? Niet veel, of misschien toch dit: in 1901, het eerste jaar dat er een Nobelprijs werd uitgereikt, won ook een Nederlander deze hoogste onderscheiding in de scheikunde, 116 jaar geleden nu. En laat 11-6 mijn verjaardag zijn!...toch nog iets van een verband, maar Nico zal ook hiermee wel geen genoegen nemen. Zoals voor alles geldt: het is maar hoe je ernaar wilt kijken.

 

De impact van zo'n Nobelprijs, is, afgezien van de immense eer voor de winnaar (het is de belangrijkste prijs ter wereld), kolossaal. In alle rankings die er toe doen spelen Nobelprijzen een grote rol. Punten worden gescoord op de volgende onderdelen: Waar heeft de winnaar zijn bachelor gehaald?, waar zijn master, waar zijn promotieonderzoek gedaan, waar deed hij de ontdekking die hem deze prijs opleverde en waar werkt deze persoon nu. Op alle vijf punten luidt het antwoord in het geval van Ben Feringa: Rijksuniversiteit Groningen en dat zal volgend jaar zichtbaar worden in de Sjanghai-ranking, in de Times Higher Education en de QS World University ranking. Het was ook al bijna 20 jaar geleden dat een Nederlander, toen twee Nederlandse natuurkundigen samen, een Nobelprijs won, als we de geïmporteerde Rus Geim, ook een natuurkundige, in 2010 even buiten beschouwing laten. Voor Groningen was het zelfs 63 jaar geleden: Frits Zernike won toen de Nobelprijs voor de natuurkunde. Als je 1953 op veld a1 schrijft en doornummert naar h8 dan staan Zernike en Feringa als koningen op a1 en h8. Ook mooi: in alle interviews benadrukt Feringa dat dit een teamprestatie is, niet een verdienste van hemzelf.

 

Over naar de wedstrijd. Ook wij wonnen! Soepeler dan tegen Euwe 4 in de eerste ronde, maar de uitslag viel kleiner uit. Hoe dan ook, goed voor de rankings, al lieten sommige van onze spelers opnieuw wat ratingpunten achter. Dat was vooral aan de topborden het geval, waar Folke en ik beiden schaaktechnisch in eenzelfde fase zitten. We verliezen niet, maar winstkansen blijven ook steeds zorgwekkend ver van ons verwijderd.

 

Folke bestreed op het hoogste bord een tegenstander die op het juiste moment de juiste keuze maakte:

 

Van Dorp - Heijlman

 

Van Dorp - Heijlman

 

Zwart speelde 16...f5! Dat laat e5 tijdelijk in de steek, maar voorkomt dat wit f5 speelt. Er volgde: 17. fxe5 Lxe5 18 Lxe5 Te8! en de brand moest spoedig in de vredespijp.

 

Ik speelde op bord 2 tegen Van het Schip en dat dat een gevaarlijke vleugelspeler is had ik kunnen weten:

 

Van 't Schip - Van Putten

 

Van 't Schip - Van Putten

 

Wit antwoordde op mijn 11...Pe7 12 h4!, een zet die ik wel gevreesd, maar niet verwacht had. Ik wist dat mijn eerste taak zou worden niet achterelkaar op de koningsvleugel het schip in te gaan. Dat lukte nog net, maar zetherhaling kon ik niet meer omzeilen:

 

Van 't Schip - Van Putten slotstelling

 

Slotstelling: wit herhaalde de zetten met 21. Ph4 Tg4 22. Pf5 Tg6.

 

Laat ik het positief benaderen: hiermee scoorde zowel Folke als ik het beslissende halfje! Net zoals Jan dat overigens deed; iedereen die vandaag een remise op het scorebord liet zetten was wat mij betreft voor de zege beslissend. Ook hier is het maar hoe je er naar wilt kijken.

 

Volledigheidshalve bij Jans remise het geijkte plaatje:

 

slotpositie Jan

 

Huijzer - Postma, waar is Jans biljet?

 

Het is helemaal niet erg dat het tot nu toe niet de topborden zijn die de meeste punten binnenbrengen, want intussen ontstond er een gloednieuw nanomotortje in de staart van het team: Peter. Peter heeft twee uit twee en uit niets bleek gisteren dat hij van plan is te stoppen met scoren.

 

Na een matige opening volgde een subliem middenspel, opmaat naar een eindspel waarin een beslissende G-kracht loskwam :

 

Bodewes-Vlak

 

Bodewes - Vlak

 

54. g5! Een optie die Fritz niet hoog in zijn voorkeurslijst zet, maar dat is alleen omdat Fritz niet van vereenvoudigen houdt; het is dè zet die aan alle zwarte weerstand een einde maakt. En een mooi voorbeeld van mijn stelling dat de beste zet niet altijd de sterkste hoeft te zijn!

 

(Naschrift: Net nadat ik dit verslag geschreven had mailt Peter een minder subliem moment iets eerder in de partij:

 

Bodewes-Vlak

 

Peter sloeg hier achteloos met de dame op e8, met de toren slaan had tot mat in weinig geleid.)

 

Ook de energieke stijl van Dries, zowel tijdens als na afloop van zijn partij, dient belicht. Als ik Dries goed heb begrepen kwam zelfs Fritz superlatieven te kort voor zijn spel, wat voor Peter geldt, geldt ook voor Dries: siliconen anno 2016 kunnen deze mate van brille nog steeds nauwelijks bijbenen!

 

Koster-Overweg

 

Koster - Overweg

 

Dries besloot af te ronden en speelde 30. Txd6. Hier heeft de wetenschap weinig aan toe te voegen.

 

Evert speelde sterk, tot vlak voor het moment dat hij pardoes won. Daar had hij eigenlijk het belangrijkste voordeel laten glippen, maar zijn tegenstander tuinde in de tactische truc die in de stelling was geslopen:

 

Janse-Groot

 

Janse-Groot

 

27. xe6 Txe6? (27...Lxe5 moest nu echt) 28 Txh6! 1-0

 

Bij Maurits een aan Peter omgekeerd spelbeeld. Hij kwam goed uit de opening, maar vond niet het goede plan, waarna zijn tegenstander het heft in handen pakte en met bij tijden mathematische precisie hem de duimschroeven aandraaide.

 

Hazenberg-Logtmeijer

 

Hazenberg-Logtmeijer

 

Het slot van de partij: 53 g6+! Kh8 54 Txg7 en 1-0

 

Van Janski, onze huischemicus op acht, had ik in deze bijzondere week meer verwacht. Krachtzetten van een jeugdtalent zorgden voor de nodige zand in de motor.

 

Kutchoukov-Jansen

 

Kutchoukov -Jansen

 

Janski koos voor 22...xc6? en dat kwam de chemie in zijn stelling niet ten goede; de pion op e4 viel en onze Henk zag deze nooit meer terug. 22...Dxc6 zou zeker een speelbare stelling hebben opgeleverd.

 

4.5-3.5 voor ons dus en ik wil benadrukken dat dit een teamprestatie is. Tevreden en in vier auto's en één trein (Peter) vervolgden we onze weg. Zeven Spassken zochten een Chinees-Indisch restaurant op in Almere Muziekwijk, waar we ons een keur van voorgerechten en rijsttafels en nog meer voorgerechten lieten voorzetten.

 

Tot slot wil ik nog even terugkomen op de stelling dat theologie en scheikunde zich op geen enkele wijze zouden verhouden. Dat lijkt mij baarlijke nonsens. Ik was er niet bij, maar het lijdt voor mij geen enkele twijfel dat bij de Schepping, of nauwkeuriger nog, de Creatio ex nihilo, heel wat chemie kwam kijken. Het toeval nu wil dat Nico op 11-7 jarig is, hij is precies een maand jonger dan ik (heel af en toe merk je dat nog.) Volgend jaar verwacht ik dus een Nobelprijs voor de natuurkunde in Amsterdam, gewonnen door een oud-collega van Nico bij de VU...of desnoods door hemzelf.

 

gedetailleerd ronde 2

 

 

-------------------------------------------------------------------------------------

 

De archieven

Spassky's - Max Euwe 4: 5½ - 2½

18 september 2016

verslag: Rolf

 

gedetailleerd ronde 1

 

De Spassky’s zijn het seizoen gestart met een degelijke overwinning op Max Euwe 4 uit Enschede. Het Denksportcentrum was druk bezet met 3 teams van Sissa op de 1e verdieping. Wij konden spelen in het bovenzaaltje, 1e verdieping trap op, waar het bloedheet was op deze warme dag in september. Zelfs het optrekken van een wenkbrauw koste zweetdruppels, de kniepees reflex bij het aanschouwen van een onverwachte zet. Wedstrijdleider Roland Kroezen had het goed bekeken en had zich op de gang geïnstalleerd om de hitte te ontlopen.

 

Vooraf kwam Kees Romijn langs met archiefstukken over Boris Spassky die we graag in ontvangst namen. Vader Bob Romijn was niet alleen een zeer geliefd persoon, schaker en organisator in de NOSBO maar blijkbaar ook een uitstekend archivaris.

 

Max Euwe was enigszins verzwakt opgekomen, omdat het spelers af moest staan aan hogere teams. Nu is Max Euwe in deze klasse niet de sterkste. En de benaming “Dark Horse” zou echt een understatement betekenen voor dit 4e gezelschap. Onderschatting is de grootste tegenstander in zo’n geval. Onderschatting die zich ongewild in het onderbewustzijn nestelt van de meeste Spassken.

 

Teamleider Putski mailt na afloop van de match:
“5.5 - 2.5, maar het was spannender dan deze uitslag zegt. Toen Jan “out of the blue” een stuk liet slaan op b4 was het nog allerminst duidelijk hoe we moesten winnen. Maar toen pakte Peter opeens het punt, wist Jan op absurde wijze nog eeuwig schaak te forceren en won Janski opeens ook. Toen ten slotte ook Roelof een razend gecompliceerde stand in winst omzette werd het nog een vrij dikke zege ook....de rest speelde remise, met de nodige plussen hier en ook wel wat minnetjes daar.”

 

slotstelling Dries

 

Dries was de eerste die klaar was. Ik zag een grimas op zijn gezicht toen hij zijn tegenstander een hand gaf. Zou hij verloren hebben? Dat was niet het geval, dus de schade viel mee. Maar hij had zijn dame in laten sluiten, waardoor zetherhaling onvermijdelijk was. Misschien wel een halfje gewonnen i.p.v. verloren. Ontsnapt uit de bek van de leeuw. Dries liet zich argeloos in op een openingsvariant die hij niet kende. Maar nu dus wel. Ik wees hem er fijntjes op dat het desbetreffende boek met die variant bij hem in de kast staat. Archiveren is een vak apart. Die openingsvariant komt er op neer dat je aan een sluipende aanval van zwart kan worden blootgesteld. Onderschat je de opties van zwart en verzwak je de koningsstelling, dan loop je de kans genadeloos weggeschoven te worden. Niet voor niets is dit een populair systeem op dit niveau.

 

Ik zelf speelde een obscure variant in het Spaans. Een variant die nu definitief in de archieven kan worden opgeborgen. Het koste namelijk veel rekenwerk om de stand in evenwicht te houden. Er volgde een ruil van alle torens met een remiseaanbod van mij. Dat werd aangenomen. Er zou een eindspel met 4 paarden en 7 pionnen resteren, dat zou remise moeten lopen.
Tijd om naar buiten te gaan en te genieten van de zomerse dag.

 

Over de rest van het scoreverloop kan ik niet veel duidelijkheid geven. Toen ik later buiten om 16.30 vroeg aan Peter: ”wat is de tussenstand?”. Peter: ”er is geen tussenstand, de wedstrijd is afgelopen”.

 

Jan speelde een bizarre partij. Het ontspoorde al in de opening zonder al teveel nadelige gevolgen voor Jan. Tot het moment dat hij een stuk verloor en nog met remise ontsnapte. Helaas ontbreekt hier een reconstructie. De partijen van Jan zijn niet archiveerbaar, “WikiLeaks–proof” en kringloop bestendig. Meestal is dat omdat het notatiebiljet na afloop direct ter comPostering wordt aangeboden aan een plantenbak. Ik kon echter beslag leggen op het formulier. Helaas probleem nummer twee: onleesbaar.

 

De partij van Peter was volgens zijn zeggen een regelmatige overwinning waarbij de voordeeltjes van zijn stelling steeds groter werden. Met een aardige combinatie werd het punt bijgeschreven. Peter archiveert zijn partijen onder het originele pseudoniem “John Doe” en hoogt per partij het nummer op. Misschien niet de meest voor de hand liggende manier om je partijen te anonimiseren maar het werkt wel. Zo blijft John toch een wat ongrijpbaar figuur. Misschien is dit iemand die op een gezellige dorpsclub in de onderbond lekker aanrommelt en als de 9 in de klok zit aan de jenever gaat om er nog iets leuks van te maken. Om een idee te krijgen van zijn speelsterkte moet je de hele database doorploegen om je er van te vergewissen dat deze man wel een spelletje op de mat kan leggen en direct “druk naar voren” zet.

combinatie Peter

 

Na 31;Tf8? maakt Peter het uit met 32. d6! Ke8 33. d7 Ke7 34 Tf8x Kf8x 35. Lc5x!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De partij van Henk aan het 8e bord. Henk kwam goed uit de opening en won een pion. Daarna volgden wat slordigheden die zijn tegenstander de kans boden terug in de wedstrijd te komen. Die kansen werden niet gepakt en werd de partij overtuigend door Henk uitgeschoven en het punt genoteerd.

Slotstelling: na 32. De5

slotstelling Henk

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maurits kwam met zwart in een gambiet terecht dat hij goed kent. Zijn tegenstander bleek echter ook uitstekend bewapend te zijn met de recentste inzichten. Hier werd het evenwicht nooit verbroken en was remise de logische uitslag.

 

Roelof was in 29 zetten klaar. Zoals gewoonlijk was er weer veel rekenwerk en een matige tevredenheid over het inschatten van de mogelijkheden. Maar Roelof vond de weg naar de winst nog vrij gemakkelijk.

 

Putski won een pion maar daar is ook alles mee gezegd. Het lukte niet van dit voordeel gebruik te maken. Zijn tegenstander is de man die de DGT klok in de markt heeft gezet. Op het bord wist hij zijn zakelijk inzicht ook goed te gebruiken en maakte remise. Ook Fritz vond “the killer moves” niet. Slotstelling:

slotstelling Putski

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Half vijf klaar en gelegenheid eens bij de andere wedstrijden te kijken. Ik begroette Remco Heite en Auke van Urk die ik al meer dan 30 jaar niet gesproken had. Zij debuteerden bij mijn voormalige club WES in de KNSB. Ze wonnen met 6-2 van SISSA 3. Zou dit een unicum zijn deze twee bekende FSB schakers die nu als zeventigplusser debuteerden in de KNSB?

 

We gingen voor het vervolg naar restaurant Taj Mahal om bij de bestelling de sympathieke bediening in opperste staat van verwarring te brengen. Zo bestelde Dries 16 menu’s, dat zijn er 8 teveel. Ook bij de bestelling van het nagerecht was de optelsom niet gelijk aan 8. De bediening moest ter plekke worden opgeschaald om dit “bestelgeweld” het hoofd te bieden. Waarom makkelijk doen als het moeilijk kan? Overigens een goede locatie om te dineren, uw bestelling wordt met ingang van volgende week op een Excel spreadsheet ingebracht en warm opgediend.

Volgende wedstrijd uit tegen Almere 2.

 

-------------------------------------------------------------------------------------

 

De dubbele kater

De Twee Kastelen - Spassky's: 4 -4

verslag: Rolf

 

gedetailleerd2016

 

Een koude dag eind april 2016. Laatste ronde. DTK – Spassky’s in  klasse 3A van de KNSB. Er staat wat op het spel. Gaan de Spassky’s voor de 7e maal in hun 30-jarig bestaan promoveren? Of gaat de sympathieke traditieclub uit Kollum in Buitenpost het vege lijf redden met een overwinning. Het kan alle kanten op. Qua rating weinig verschillen. Wie heeft de sterkste zenuwen, de beste wedstrijdinstelling. Laat het niet 4 -4 worden, het equivalent van de brilstand ( 0 -0) uit het voetbal. Dat zou een kater betekenen voor beide clubs. Als non-playing captain mag ik dit vandaag gade slaan en is mijn rol op de achtergrond. Niet vergeten bananen in te slaan en krentenbollen. Want je kan niet verwachten dat er iemand kerkgebouw De Schakel inloopt en van één brood er tien maakt. In ieder geval de vaste ochtendrituelen afwerken: eerst de rechtersok aantrekken en dan de linker. We zijn er klaar voor.


Ik hoop dat teamleider Putski het portret van Boris in zijn tas heeft gestopt. Schaken onder toezicht van de goedkeurende blikken van dit schaakicoon is een geruststellende gedachte. Bijgeloof doet wonderen in de speelzaal van een kerkgebouw.

 

En dan loopt de mail van Maurits binnen:
Daar sta je dan.
Je zag dit moment al zo vaak in je dromen.
En daar is het dan.
De dag die je wist dat zou komen is eindelijk hier.
Ben je er klaar voor?
Kun je dat ooit echt zijn?
Daar sta je dan.
Ieder mens heeft een taak in dit leven.
Alles gedaan om je voor te bereiden.
Daar is het dan.
Je belooft dat je alles zult geven.
Iedere zet die je deed die leidde naar hier.

 

Speelzaal de Schakel is om 12.25 nog gesloten als we gearriveerd zijn op plaats van bestemming. Gelukkig is de beheerder snel ter plaatse om te openen. Ik ben niet de enige die bananen heeft meegenomen.

 

bananen

Boris zit nu ook in de bananenbusiness


Ik besluit om DTK ook maar van bananen te voorzien en negeer de opmerking van een DTK-er dat deze mogelijk gedrogeerd zijn. Dat zou best eens kunnen want een van mijn broers werkt in een lab en daar heb ik goede connecties mee. Gelukkig is de sfeer verder best wel amicaal. Geen voetbaltoestanden waarbij de roodbroeken geen spruitjes eten en de groenhemden geen rode kool.

DTK verschijnt in een tactische opstelling. Niet verrassend, dat doet men wel vaker en het is volkomen legaal. Ik geef ze geen ongelijk en het wedstrijdverloop wijst daar uiteindelijk ook op.

 

Rond 14.20 maken we een tussenbalans op.

Bord 7: Alidston. Na 11 zetten heeft Alidston nog 18 minuten op de klok. Eerlijk gezegd verwacht ik hier niet veel van gezien de chronische tijdnoodperikelen die tot dusver zijn schaakcarriere hebben geteisterd. Als ik 5 minuten later weer kijk moet ik mijn vooroordeel razendsnel bijstellen. Alidston staat gewonnen. Daar moet toch doping in het spel zijn. Heeft hij 's ochtends stiekem een fruithapje genomen uit het Olvarit potje van zijn dochter?

 

Henries

 

Zwart heeft zojuist 12. ;La5xc3 gespeeld. Dat is niet goed. Na 13. Lf6; g6 14. Dg5! is het helemaal uit.

 

Stand: DTK - Spassky's: 0- 1.

 

 

 

 

 

 

 

Dat is een goed begin maar op de andere borden valt er nog weinig van te zeggen.

 

Peter1

 

Meest opvallend is de partij aan bord 6 tussen Peter Bodewes en Joost van Dam. Na 14 zetten staat de volgende bizarre stelling op het bord. Koffiehuisschaak Parijs, anno 1750. Ik waag me nu maar niet aan een stellingsanalyse van deze partij die niet alleen wat klantenbinding betreft de dag gaat bepalen. Ik neem nog maar een banaan en hoop er het beste van.

 

 

 

 

Ondertussen hebben we support gekregen van teamgenoot Folke uit Elburg en er is een ""cameo appearance"" van ex-lid Alex uit Den Haag. We kunnen vertrouwen op onze fanatieke fanbase.

 

Veel later op de middag moet Maurits op bord 5 de vlag strijken.Maurits

 

De partij volgt de theorie. Na 11. ; b5 staat de volgende stelling op het bord. In 50 partijen in de database speelt wit nu 12. ab6x ep. Maurits vindt dat te vervlakkend en speelt het foutieve 12. Dd3. Na 12 ; Lb7 wordt hij vervolgens keurig opgerold door Albert Jan Hummel. Stand 1 -1.

 

 

 

 

 

 

 

slotstelling Maurits

slotstelling Maurits.

 

Op bord 1 speelt Dries een leuke partij. Het is in de eindfase een foutenfestival.

 

Dries stelling1

 

Stelling na 36. c4. Zwart moet nu 36. ; Df5 spelen en dan ziet het er slecht uit voor wit. Hij speelde echter 36 ;Db7?.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dries stelling 2

 

Stelling na 40;Kf8. Dries tast nu mis met 41. b7?. Nu loopt het remise. Na 41. Td1! wint hij eenvoudig.

 

Stand: 1½ - 1½.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dries b7

Dries heeft zojuist 41. b7? gespeeld.

 

Putski Pe6!!

 

Putski op bord 2 zit inmiddels flink in de problemen. Hij heeft zijn tegenstander Van der Zwaag geen strobreed in de weg gelegd om een mooie stelling op te bouwen. Op het moment dat hij tegenspel probeert te krijgen offert zijn tegenstander fraai met 19. Pe6x!!. Putski probeert nog met 19;Pce5x in troebel water te vissen maar dat is vergeefs. De 2e klasse raakt uit zicht voor de Spassken evenals de onderbond voor DTK. Tussenstand: 2½ - 1½.

 

 

 

 

pat

 

Op bord 3 valt de volgende beslissing. Roelof speelt een goede partij maar gebruikt teveel tijd. Hij wint een kwaliteit maar geeft niet snel daarna zijn dame weg. Hij weet nog net remise te maken door een pionneneindspel goed en exact door te rekenen. Het slot is amusant: pat.

Stand: 3 -2

 

toreneindspel

 

Op bord 4 probeert Jan een zo op het oog gunstig toreneindspel te winnen. Helaas is dit eindspel met correct tegenspel niet te winnen. Tegenstander Jelic vindt steeds de goede zetten en maakt remise. Stand: 3½ - 2½.

 

Nog twee borden te gaan. Janski staat op remise en voor Peter zie ik het donker in. Prognose 5 -3 voor DTK. Ondertussen heb ik de hoop al laten varen en bestel via Folke een alcoholvrij bier. Dat heeft de Schakel niet, wel echt bier. Zo mag ik het graag zien.

 

Maar dan volgt er nog een grandiose apotheose of zeg maar gerust een anticlimax. Niets is wat het lijkt. Misschien speelt de wedstrijdspanning TDK wel parten. Wie zal het zeggen.

 

Ondertussen probeer ik mijn krentenbollen te slijten en schuif er ook een richting Peter. Maurits merkt op tegen mij "wat een timing, het is precies na zijn 40e zet". Dat moet achteraf beschouwd wel "het Schakelmoment" zijn in de wedstrijd, want Peter staat slecht, zoniet verloren. Maar daarna herpakt hij zich wonderwel.

 

zwoegen

Peter in een lastig parket.

 

eindspel Janski

Janski werkt de administratie bij.

 

Op bord 8 is Janski bezig. Zelfverzekerd geposteerd achter het bord. Na een wat mat begin, komt zijn stelling tot leven en ziet het er steeds beter uit. Alhoewel het eindspel er remiseachtig uitziet heeft Janski het beste van het spel. Op listige wijze weet Janski de witte loper buit te maken. Opeens heeft de witte loper namelijk geen velden meer. Janski staat een stuk in de plus. Maar nog steeds een grote remisemarge. En dan gebeurt het volgende:

blunder

 

Wit heeft zojuist het vreselijke 41. b3?? gespeeld. Na 41; Tf1! kan wit opgeven. Stand 3½ - 3½. De spanning stijgt naar een hoogtepunt!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nu de partij waar alles om draait. De sleutelpartij op bord 6. Bodewes vs Van Dam. De koffiehuispartij waar niemand iets van begrijpt en ook niets van wil begrijpen. Staat Peter verloren, maakt hij remise of kan hij zelfs winnen? De spanning stijgt. De spelers ogen vermoeid en het is razend ingewikkeld.

 

de beslissing

 

Van Dam grijpt hier nu mis met 71. f7?. Speelt hij 71.Pe7 of Kh1 dan wint hij volgens Fritz.

Na 71. f7? halen beide partijen een dame.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

de finale

 

De ontknoping. Het is remise.

DTK was dicht bij klassebehoud maar moet helaas degraderen. Wij zijn alleen dichtbij geweest in de laatste partij, maar niet echt. Felicitaties voor Philidor 2 Leeuwarden! Wij gaan het volgend jaar weer proberen.

 

 

eindstand 3A