EXTERNE COMPETITIE

 

SG Max Euwe 4 – Spassky’s: Vis a vis in Enschede

 

Een reis naar het oosten van het land is altijd een heikele onderneming. Iedereen die het wel eens heeft gedaan kan het beamen. Er zijn altijd afslagen die de moeite van het inslaan de moeite waard lijken. Er zijn altijd rotondes die zo lekker rondgaan dat driekwart leuker lijkt dan half. En altijd wegopbrekingen die geplande routes doorkruisen. Monsterachtige trucks die in een bedaard tempo voor je gaan rijden. De plaatselijke visboer die met een grote kar net voor je de weg opdraait. Gemakkelijk en vanzelfsprekend is het nooit, zo’n reis naar het oosten. Een reis naar het westen of het zuiden is overigens niet anders, hoor. Laten we wel wezen. Valt ook niet altijd mee. Alleen noordwaarts gaat de dingen altijd wel zo ongeveer zoals gepland. Daar is het landschap en vooral het wegennet ook lekker overzichtelijk. Gewoon de A7 noordwaarts. Nergens op letten. Een beetje tussen de lijntjes blijven, er kan weinig misgaan. Voor de grens even een harinkie happen en na Nieuweschans natuurlijk weer op scherp, dat spreekt voor zich.


Maar oostwaarts dus. Met een slecht opgevoede Tomtom die bovendien een eigen willetje heeft. Niks “Bij de volgende afslag links aanhouden” of navenant. Laat staan “Bestemming bereikt”. Stom en doof worden onduidelijke pijlen afgevuurd op onduidelijke wegen. Alles wat je van Tom verwacht blijft achterwege. We hebben de schaal vergroot, we hebben de schaal verkleind, we hebben lief toegesproken, we hebben gedreigd, gevloekt en getierd. Tom bleef een beetje puberen en zijn eigen ding doen. “Kijk op de Vismarkt naar rechts, dan zie je links niets!” Vervelende knaap. Ik zou het wel weten maar Jan bleef redelijk stoïcijns. Gelukkig hebben we Janski. Die weet van wanten en die weet bovendien dat de zon opgaat in het oosten en ondergaat in het westen. Enorm handig, zulke basiskennis. Vooral als Tom zich zo schandalig gedraagt. Met Janski op de achterbank ging de reis toch nog redelijk voorspoedig. Okee, we hebben Hoogeveen doorkruist met de zon in onze ogen, op het achterhoofd en op beide wangen maar bij nader inzien waren we het er alle vier over eens dat we Hoogeveen eigenlijk al jaren op ons verlanglijstje hadden staan. Elk nadeel hep ze voordeel.


Janski vertelde, tussen het gefrunnik met zijn sextant en een zonaanbiddingsrite waar ik de fijne kneepjes niet helemaal van kan reproduceren door, over zijn voorbereiding. De overtuiging waarmee hij zijn mooie plannen ten berde bracht maakten veel duidelijk: Janski was er helemaal klaar voor. Meestal komt er dan niets van al dat moois op het bord. Bij mij niet in elk geval. Als de voorbereiding niet op zet 1 al wordt ontweken, gebeurt dat wel op zet 2 of 3. Vorig seizoen zou ik in een volgende ronde met grote waarschijnlijkheid een sterke speler treffen die door de opklimmende jaren een beetje op zijn retour was en wiens scherpte de laatste jaren achteruit ging. Ik had zijn repertoire eens even flink onder de loep genomen en een dubieuze maar zeer scherpe variant bekeken die ik een week lang elke dag even bekeek en aanscherpte. Ik was er, net als Janski vandaag, helemaal klaar voor! Op de vrijdagavond voor de wedstrijd keek ik er nog even naar, en ook naar de opstelling. Een even bord bij een uitwedstrijd… maar … dan heb ik zwart! U begrijpt dat mijn voorbereiding van wit was uitgegaan. Foutje.


Bij Janski ging het anders. Ik zat op het bord naast hem. Zag ik nou al die zetten die ik net in de auto had gehoord voorbij komen? Jazeker! De hele variant, niet te geloven. Na een zet of 15 staat hij, met zwart, heel goed. Actievere stukken, mooie open lijn. Alles is voor zwart. Totdat hij verzuimt de vinger op het grote pijnpunt van de witte stelling (d4) te leggen. Daarna is het helemaal gelijk. Maar de partij is nog lang niet gespeeld. Ik pak het taxatierapport van de firma Fritz en Co er maar eens bij vanaf zet 18. Daar speelt wit geen Lxb5 wat tot 0,00 zou leiden, maar 18. Pxb4 wat -1.46 geeft. Zwart doet ook een duit in het zakje. Geen 18. … Txc1 (-1,70) maar 18. … Lxe2 wat weer heel dicht tegen 0,00 aanschuurt. Tot slot wordt op zet 24 tot remise besloten waar wit ook Lxb4 (+ 1,24) zou kunnen doen. Een vishy partij maar zoals Janski zelf later zei: “Ik verlies niet!”


Een vol punt krijgen vanuit een beroerde stelling is natuurlijk nog veel leuker. Dat gebeurde aan precies de andere kant van de wedstrijd. Aan bord 1. Toegegeven, onze man uit Ten Boer had aanvankelijk een fantastische stelling maar had die met 18. b4? in 1 zet helemaal om zeep geholpen. Nu is Kronov er de man niet naar om dan maar de handschoen in de ring te werpen. Verre van! Hij gaat er zo mogelijk nog serieuzer voor zitten. Rechte rug, kaken op elkaar, de blik op het bord. De beloning kwam al een paar zetten later. Hieronder de stelling na 23. Pe3. Zowel 23. … Pe6 als 23. … Le6 zijn goede zetten die zwart een plusje geven. Er volgt echter 23. … h5? wat geforceerd tot winst voor wit leidt.
diagram 1

 

23. … h5? 24. Lxc8 Txc8 25. Pxd5 Dd8 (taaier is Dg5 maar ook dan staat wit geweldig) 26. Pf6+ Kh8 27. Dd2 0-1 “Je hoort mij niet mopperen” was ongeveer de tekst van de witspeler.

Een grote opluchting want het ging aanvankelijk niet erg soepel.

 

 

 

 

 

Jan en Maurits verliezen op respectievelijk bord 5 en 6 en na een paar uur spelen staan we gewoon achter. Er gingen stemmen op om de schuld, mocht het allemaal fout gaan, bij Dries in de schoenen te schuiven. Die had over de mail alweer een eclatante overwinning voorspeld en er zijn mensen die daar een groot gevaar van onderschatting in zien. Maar goed, de partijen.

 

Jan had in de opening last van een loper met pleinvrees. Daarna had hij zich ongeduldig getoond en was te snel met zijn koningsvleugelpionnen naar voren gegaan waarna zijn, aanvankelijk mooie, stelling gronding werd vermoert. Wat overbleef was een stelling met uitsluitend zware stukken die hij niet adequaat behandelde. Kleine en grotere rekenfoutjes leidden tot een stelling waarin Jan zelfs niet meer kon vissen in troebel water en uiteindelijk werd aan de andere kant van het bord de vis behendig binnen gehengeld. Jan was buitengewoon ontevreden. Terecht. Als u geïnteresseerd bent in de partij moet u de plantenbakken maar eens nakijken. Daar komen zulk soort partijen meestal in terecht. Vaak vergezeld van de pen die hij van Putski heeft geleend. Die koopt per seizoen een setje in. Een voor hemzelf (extra; hij heeft immers de pen van vorig jaar ook nog) en acht of negen voor Jan. Daar staat dan tegenover dat Putski zijn notatieboekje wel eens vergeet in de speelzaal. Die wordt dan keurig voor hem meegenomen. De aangehechte ballpoint is bij teruggave meestal wel verdwenen maar er zijn ergere dingen denkbaar.


Bij Maurits ging het in de opening al mis. Hij speelde te optimistisch in een variant die juist heel bescheiden spel vereist. Het optimistische 13. …Dc7 is vaker gespeeld en het leek alsof de witspeler de weerlegging zo uit zijn mouw schudde. Vorige week nog in de interne bij de kop gehad, zoiets. Maurits verloor een pion op de damevleugel en iets later volgde een lelijke blunder die de witspeler de mogelijkheid tot een standaardcombinatie gaf.

diagram 2

 

Wit aan zet speelde natuurlijk 27. Txf7. Het charmante beginnersboekje “Bobby Fischer teaches chess” staat vol met zulk soort wendingen. Ik zal het Maurits niet aanraden, hij kent het waarschijnlijk wel. Dergelijke fouten komen voor als je je met veel tegenwind op woelige wateren begeeft. Kleine foutjes leiden niet zelden tot grotere missers. Na de killermove Txf7 had tegenstribbelen niet veel zin meer. Zelfs een stevige slok levertraan zou het tij niet meer kunnen keren. Maurits deed nog een paar zetjes om afscheid van de partij te nemen.


Putski op bord 2 speelde een gave partij in Enschede. Zijn partij en die van onze nieuwe aanwinst Jansev (bord 3) waren beide de meest overtuigende deze dag en de mooiste zet van de dag zou logischerwijs uit een van deze partijen moeten komen. Tijdens het ronde tafelgesprek bij de plaatselijke Chinees viel de beslissing.diagram 3

 

In de stelling hiernaast vonden alle Spassken dat de zet 19. c2 de mooiste van de dag was. Een kort telefoontje met de “Weeg – en taxatieorganisatie Fritz en Co, afdeling Zet-van-de-Dagprijzen” leerde ons dat het allemaal klopte. Dus bij deze: gefeliciteerd! De prijs is af te halen bij het Denksportcentrum, afdeling Bar en Consumptiebeheer.

 

 

 


Zelf had Putski overigens een andere moment van de partij in gedachten als hoogtepunt. Met tromgeroffel, schetterende trompetten en een groepje schaars geklede, met pompons zwaaiende cheerleaders introduceerde hij de zet 6. … Pc6 aan zijn publiek. Niemand keek naar het paard, iedereen keek naar het aquarium achter hem, waar de ronddartelende, kleurrijke vissen de aandacht vroeger als waren het schaars geklede, met pompons zwaaiende cheerleaders. Ook hier bracht een kort telefoontje met de Weeg – en taxatieorganisatie Fritz en Co, afdeling Zet-van-de-Dagprijzen uitkomst. Onze aandacht voor het aquarium waar de ronddartelende, kleurrijke vissen de aandacht vroeger als waren het schaars geklede, met pompons zwaaiende cheerleaders was terecht. De zet 6. … Pc6 was leuk maar niet echt tot de verbeelding sprekend. Dit in tegenstelling tot het aquarium waar de ronddartelende, kleurrijke vissen de aandacht vroeger als waren het schaars geklede, met pompons zwaaiende cheerleaders.

 

Het waren deze zelfde vissen (die zoals inmiddels bekend niet alleen kleurrijk zijn en ronddartelen maar bovendien de aandacht vragen als waren het schaars geklede, met pompons zwaaiende cheerleaders) die enkele van de Spassken deden wegdromen. Iemand vroeg het plotseling. “Zijn er eigenlijk geen gambieten vernoemd naar vissen?” Ik hoor u denken. “Wat gebruiken die jongens dan allemaal bij hun maaltijd?” Ik verzeker u; het drankgebruik was alleszins binnen de perken gebleven. Er was nog geen spoor van de liederlijke bende die zo’n verre uitwedstrijd soms kan worden. Er waren geen felgekleurde pillen rondgedeeld, de pretsigaret was niet rondgegaan, de biologische wietcake was bij moeders de vrouw thuisgebleven. En toch… . “Zijn er eigenlijk geen gambieten vernoemd naar vissen?” Aalgladde openingen met palingnamen? We kwamen er niet goed uit. Aanvankelijk kwam natuurlijk Fischer op tafel, lijkt een beetje op vis, maar kom zeg. Hoe plat kan het worden. Het bruggetje naar de platvis is snel gelegd.  Schol, schar, bot. BOTwinnik! Bestaat er geen Sharkattack? Maurits maakte uiteindelijk een einde aan deze tamelijk onzinnige discussie. Hij kwam met een klein briljantje: “In de Taimanov verlies ik, maar de Botwinnik”.


Sprekend over zeedieren moet ik u wijzen op de volgende stelling uit Bodewes – Groenewolt.

diagram 4

 

De stelling na de 22e zet van wit. De octopus geeft wit uiteraard een plezierig voordeeltje maar na 22. … Kf8, 22. … Kh8 of 22. … Lf5 is de zwarte stelling prima speelbaar. Ik was zelf tijdens de partij een beetje bevreesd voor 22. … f6 maar die word op schitterende wijze weerlegt door de mokerslag 23. Pe8!! De dubbele aanval op Dc7 en g7 maakt het onmiddellijk uit. 23. … Txd1 is uitstel van executie en het voor de hand liggende 23. … Txe8 faalt op 24. exf6; opnieuw met gelijktijdige aanval op de dame en veld g7.
In de partij werd de octopus onmiddellijk om zeep gebracht met 22. … Pxd6 maar na 23. exd6 heeft wit serieus voordeel. Dit leverde even later een kwaliteit op en dat was voldoende voor de winst.

 

Het duurde nog vrij lang voordat zwart opgaf, wellicht geïnspireerd door de aanwezigheid van Jan Timman in de zaal. Hoezo? Hoor ik u vragen. Ik kom er zo op, eerst nog even via een klein zijriviertje naar de andere zaal. Daar zat weliswaar geen Jan Timman in de goedgevulde zaal maar er was wel Petje Pietamientje. Die kwam op een zeker moment met een bal onder zijn arm de zaal binnenlopen. Met een welgemikt “Wat zijn jullie aan het doen?” doorbreekt hij ruw de stilte. Een van de wedstrijdleiders snelt toe om op fluistertoon uit te leggen dat er wordt geschaakt. Feilloos mikt het kereltje daarna de bal in met een nog luider: “Mag ik meedoen?”


Maar ik dwaal een beetje af. Hoezo niet opgeven vanwege de aanwezigheid van Timman? Nou, misschien kende mijn tegenstandster de stelling uit Rio 1979 en de enorme moeite die het kostte voor de torenpartij om de partij uiteindelijk toch te winnen. Met een enkele randpion van de goede kleur is het echt een hele klus. Maar er zit toch enig verschil in beide stellingen.
diagram 5

diagram 6

Links Timman – Velimirovic, Rio 1979, recht Bodewes – Groenewolt, Enschede 2014. Links wint wit na 38 zetten die alle 38 even moeilijk en gepointeerd zijn. Rechts kan zwart opgeven en deed dat even later ook.
Altijd als ik Jan Timman ergens zie moet ik aan twee dingen denken. Dit eindspel dus en het geweldige verhaal erbij. U kent het waarschijnlijk, ik ga het hier niet herhalen. “Schaakwerk 1” daar staat het allemaal in. Het tweede wat me altijd in gedachten schiet is die ook zo bekende foto van Timman. Die waarop ene Bodewes met een brede lach en een gevulde enveloppe (het causale verband tussen de twee is evident) een kop groter staat te zijn als Anatoly Karpov, die links van hem staat, terwijl die Bodewes aan de andere kant geflankeerd wordt door een, met een sierlijke mitella gedecoreerde Jan Timman. U kent die foto wel, ik ga het verhaal erbij niet vertellen. Internet, daar staat het allemaal op. Timman, Bodewes en Karpov dus.


En ja, als je Karpov zegt, zeg je Dries. Vroeger werd veel gesproken over de twee grote K’s. Mannen die oeverloos vaak tegenover elkaar plaatsnamen om een titel en een nog veel beter gevulde enveloppe te verdelen. Dat was vroeger. Maar de parallel met nu is zo helder als een glasaal. Nog steeds wordt veel gesproken over de twee grote K’s. Alleen is de ene K ingewisseld voor een andere K. De K van Koster uiteraard. Karpov en Koster: wat hebben die ook vaak tegenover elkaar gezeten. Talloze partijen heeft Dries laten zien tegen K. Elke externe en interne wedstrijd komt er weer een langs. Ook de tegenstandster van Dries in Enschede moest er aan geloven. Opnieuw werd er weer een van die parels uit Groningen opgediept uit het onbegrensde geheugen van Dries. En hoe hij net niet won… en ook net niet remise maakte. Telkens weer… net niet gewonnen, net geen remise. Mooie partijen allemaal, hoewel ze allemaal wel een beetje op elkaar lijken.
Tegen Kristiana Tempelman speelde Dries overigens wel een hele overtuigende pot. Het thema zeedieren is nog niet uitgeput. Ook hier een octopus en ook hier een snelle moord erop. En ook hier wordt de pion die daarna op de derde rij komt sterk.

 

diagram 7

 

Geforceerd gaan de lichte stukken eraf en even later rolt Dries vakkundig de witte damevleugel op. Als de sterke vrijpion ook nog eens kan worden ondersteund is de partij gespeeld.

 

 

 

 

 

 

 

 

diagram 8

 

Wit speelt nog even door maar Dries hengelt het punt binnen. Geen probleem. Maurits en ik waren het er over eens dat afwikkelen naar een toreneindspel met twee pionnen meer eenvoudiger was dan de Driesmethode maar toen het punt binnen was waren we dat al lang weer vergeten.

 

 

 

 

 

Tot slot de partij van Jansev. Zoals gezegd een zeer overtuigende winst. En dat voor iemand die, apart van zijn partij uit de 1e ronde, jaren geen stuk heeft aangeraakt. Laat ik eerlijk zijn. Ik verwacht van spelers die jaren niet hebben gespeeld nooit zo heel veel. Volgens mij heb je vlieguren nodig om op peil te blijven. Maar mijn overtuiging wordt een beetje geweld aangedaan door Jansev. En ik houd daar niet erg van. Dat aan mijn overtuigingen wordt gemorreld bedoel ik. Maar vooruit, ik heb weinig keus, ik kan niet anders. Na de eerste partij van Jansev kon ik nog een paar roestplekjes aantonen en had ik nog een heel licht visdraadje waar ik mijn overtuiging aan kon ophangen. Maar na gisteren kan ik in de vijver van mijn overtuigingen hengelen wat ik wil. De vijver is leeg. De vissen drijven met opgezette buiken aan de oppervlakte. Reigers staan met lege magen aan de kant. Wat een partij! Als uit graniet gehouwen. Rechtstreeks vanuit de opening bouwt Jansev een geweldig initiatief op. Daarbij krijgt de zwartspeler geen enkele kans op tegenspel. Zijn stukken vertonen een overduidelijke gelijkenis met de spreekwoordelijke haringen in een ton. De korte rokadestelling wordt met Lxg7 de belangrijkste verdediger ontnomen. De h pion stormt naar voren en stap voor stap worden de problemen voor de zwartspeler groter en groter. De partij eindigt in stijl met mat. Een prachtig geheel.


De voorspellingen van Dries worden dus werkelijkheid. Een klinkende overwinning voor de Spassky’s: 2½ - 5½. Volgende keer krijgen we nieuwkomer Veendam op bezoek. Ik zal geen voorspellingen doen, de kans dat een en ander uit komt is mij te klein. Bovendien krijg je alle shit in de schoenen geschoven mocht het een keer misgaan. Ik laat dat lekker aan Dries over. Die kan dat goed. Niks voor mij; maar ik denk dat Dries een 5-3 overwinning gaat voorspellen.

 

Peter Bodewes

 

 

Memories

Spassky’s - De Twee Kastelen: 6½ - 1½

verslag: Henk van Putten

 

Sinds enige jaren is de noordelijke schaakwereld verrijkt met de website 'de Schaakreporter' met, als ik me niet vergis, als enige correspondent Schaakjan.

 

Schaakjan staat garant voor een ongezouten mening, met hier en daar een kritische noot of kwinkslag. Over de Spassky's is meestal wel een prikkelend zinnetje te lezen. Wij staan op de kaart bij Schaakjan, of we het nou willen of niet. Mijn vermoeden is dat deze belangstelling voor onze vriendenclub deels te danken is aan een roerig verleden van schermutselingen tussen de club van Schaakjan, het Emmer Schaakgenootschap, en de Spassky's. ESG pendelt al jaren niet onverdienstelijk tussen Nosbo en KNSB, de Spassky's zijn al minstens zo lang stabiel aanwezig in wat momenteel de overzijde is voor de Emmenaren, na degradatie uit de KNSB in het afgelopen seizoen. Zo was daar in de jaren '90 de affaire "Rammelbak", een akkefietje rond een afgebroken partij, waarbij de Spassky's opgeteld meer dan 100 km moesten reizen om een onvermijdelijke uitslag (in casu winst voor de onzen in een straal gewonnen stelling) op het wedstrijdformulier te zien krijgen. Na de millenniumwisseling, in 2006, kwam hier bekerfinale-gate bij, een eindeloze discussie over waar en wanneer ESG en de Spassky's hun Nosbobekerfinale zouden spelen. Ten slotte speelden we maar op Bevrijdingsdag bij Haren en wonnen de Spassky's met 4-0. Maak ze niet boos, de Spassky's.

 

Terug naar de Schaakreporter. Over afgelopen zaterdag lezen we: "Spassky’s tegen De Twee Kastelen hebben we de laatste jaren al vaker gezien. Altijd een wedstrijd om van te genieten. Voor een toeschouwer zijn blunders namelijk leuk." Fantastisch toch! Schaakjan bezit de benijdenswaardige gave om blunders ogenblikkelijk te herkennen, doorgaans nog voordat zij in al hun gruwelijkheid tot de spelers zelf doordringen, de bofkont. En het is de jeu van onze glibberpartijen over bananenschillen waar hij likkebaardend naar uitziet. Bij de Spassky's zit hij wat dat betreft meestal zeer goed, wij zijn de laatsten om dat te ontkennen. Echter traden we hem in deze eerste ronde van seizoen 2014-2015 wat minder tegemoet dan hij gewend is. Het werd een afgetekende 6.5 - 1.5 voor de Spassky's, met aan onze kant een ongebruikelijk klein aantal blunders, onze excuses daarvoor. Een volgende ronde is de reporter uiteraard weer meer dan welkom, hopelijk voor hem blijven we dan niet weer in gebreke. We zullen een extra stoel achter de hand houden, fluwelen zitje.

 

Zaterdag 27 september was ook een KNSB-zaterdag met een dubbele comeback. In de GDSW-kantine niet zo veel kilometers verderop (zeker niet de honderd waar de club van Schaakjan ons ooit op trakteerde) verscheen Joris Brenninkmeijer voor het eerst sinds 2007 weer achter het bord, voor een team dat thans Groninger Combinatie 1 heet. En in het Jannes-van-der-Wal-Denksportcentrum kon de terugkeer van good-old Evert Janse worden gevierd, gecontracteerd door, jawel, de Spassky's, die Evert op het juiste moment polsten en zodoende, zo begrepen wij later, Sissa en Haren te vlug af waren. Vandaag markeerde het begin van Everts tweede jeugd.

 

Evert Janse, een naam onlosmakelijk verbonden met mijn allereerste KNSB-wedstrijd ooit in de maand september van het jaar 1989 in de plaats Arnhem, waarin hij op bord 1 speelde in de wedstrijd ASV - Groningen II (5-5) en waarover hij toen een prachtig verslag schreef in het clubblad van SC Groningen, En Passant. Drie andere spelers die die dag ook in Arnhem aanwezig waren, troffen we vandaag ook in het gebouw aan: onze eigen Jan (toen nog zonder postmobiel en voornamelijk levend in de Evenaar, het roemruchte denksportcafé dat helaas ter ziele is gegaan), Hans Polee, die zijn gewoonte getrouw zwoegend tot het eind, een stukje verderop voor Staunton speelde tegen Almere en in de benedenzaal debuteerde de toenmalige tegenstander van Evert, Jan Willem van de Griendt voor landskampioen En Passant tegen Sissa, dat vandaag voor het eerst uitkwam in de Meesterklasse. Ik moet niet altijd alles willen duiden, maar iets van de eeuwige kringloop des levens valt mijns inziens zeker te ontwaren in deze feiten.

 

Overigens is mijn grootste schaaktrauma verbonden met deze Jan-Willem van de Griendt, zonder dat hij er weet van zal hebben of iets aan kon doen. Deze nare herinnering begon nog met een mooi succes: kwalificatie als jeugdspeler voor de regionale finale in Apeldoorn door toernooiwinst in Kampen in 1984. Die OSBO-finale, voor plaatsing voor het NK werd een fiasco. Ik was een absolute buitenstaander uit Elburg, mogelijk zelfs een buitenbeentje, en samenklonterende jeugdspelers uit als ik me het goed herinner vooral Arnhem stonden mij achter mijn bord om mijn openingszetten uit te lachen. Tegenwoordig lach ik zelf mee om mijn openingsspel, toen vond ik het vreselijk, de druk geen fouten te maken werd immens. Ik speelde de finale ver onder mijn kunnen en eindigde als voorlaatste. Winnaar werd Jan Willem van de Griendt, die ik enige tijd daarvoor in de jeugdclubcompetitie (Caïssa Elburg - Pallas Deventer) een keertje had weten te verslaan. Gelukkig kwam hij niet uit Arnhem en was het een sympathieke winnaar.

 

Naar de wedstrijd. Een ongekende walkover! Zes overwinningen aan de eerste zes borden. Alleen Janski en Rolf wonnen niet. De remise van Janski op 8 was een plusremise en Rolfs nederlaag op bord 7 ongelukkig, het pleit hiervan was pas om 6 uur beslecht. 6.5 - 1.5, ondanks een ratingoverwicht van De Twee Kastelen op zes borden. Enkele snapshots:


Bronsema-Bodewes

 

Bord 5: Bronsema-Bodewes. Toreneindspelen zijn vaak remise. Dat geldt ook voor dit eindspel. Maar een andere wijsheid is dat de verdedigende partij het in een toreneindspel gemakkelijk fout kan doen en ook dat is hier van toepassing. Zie diagram 1. Alleen 81. Tc2 is remise (idee: Tg2+!), wit vergreep zich aan 81. Ta3. Zwart zwenkte met zijn toren naar de andere kant en won.


Jelic-Logtmeijer

 

Bord 3: Jelic-Logtmeijer. Materieel is het gelijk, maar positioneel is wit failliet. Maurits ruilde twee keer (20...Pxg3 en 21...Lxg5) en won met twee uiteindelijk verbonden vrijpionnen in het centrum.


Putski-Weggen

 

Bord 2, Putski-Weggen. Wit heeft zojuist 5. Ph3?! gespeeld. Nu zie ik het zelf ook: eigenlijk hadden die jongetjes uit Arnhem gewoon gelijk. Toch was de partij snel ten einde: 5..Pf6 6. Pg5 e5 7. c3 Pc6 8. Lc4 Ld6? De stelling is voor beide kleuren moeilijk, maar pas dit is echt mis.


Putski-Weggen

 

9. Pf7 De7 10. Pxh8 De vergelijking met een Neanderthaler met een knots dringt zich hier op. 10...exd4 11. Pf7 Mission completed. 11...Lc5 12. Lg5 h6 13. Lxf6 Dxf6 14. Dh5 Lf5 15. Pd6++ 1-0, na zes paardzetten. Overigens haal ik deze obscure variant van het Stauntongambiet alleen van stal als ik voorbereiding vermoed.

 

De overige borden lieten ook boeiende gevechten zien. De tegenstander van Roelof sloeg remise af, maar de hoofdreden daarvoor was de 4-0 tussenstand in ons voordeel. Het lid sloeg hem hard op de neus. Jan versloeg de topscoorder van DTK van vorig jaar schijnbaar met speels gemak, al dacht zijn opponent daar anders over. Evert begon overtuigend, één klein openingshikje vormde het enige smetje. Rolf had met actief spel zeker het halfje kunnen redden, maar vergat even dat zetherhaling ook remise is. Janski speelde een populaire variant in het Konings-Indisch volgens de laatste inzichten, maar pakte onvoldoende door op het cruciale moment.

 

Volgende keer over die Autobahn richting Enschede! Daar bewaren we goede herinneringen aan; behalve Enschede deden we Almelo, Doetinchem en Winterswijk zo meermalen aan in onze jaren in klasse 3B. Dit jaar komt daar Hengelo nog bij, een nieuwe ervaring. Toekomstige memories.


Putski-Weggen

 

Eerste wet van Putski: Speel in de opening zo vaak mogelijk met hetzelfde paard.
Tweede wet: gebruik dit waar mogelijk als knots.
Putski - Weggen, stelling na 5. Pg5. Foto (c) Harry Gielen

 


Putski-Weggen

 

Een van onze voorvaderen; een belangrijke inspiratiebron voor Putski's openingen

 

Spassky's 1954 - De Twee Kastelen 1969 6½ - 1½

1. R. Kroon 2157 - B. Lemstra 2086 1 - 0

2. H.van Putten 2091 - J. Weggen 2121 1 - 0

3. M. Logtmeijer 1924 - B. Jelic 2029 1 - 0

4. J. Postma 1997 - A. Hummel 2035 1 - 0

5. P. Bodewes 1858 - P. Bronsema 1868 1 - 0

6. E. Janse 2024 - J. Adema 1917 1 - 0

7. R. Yska 1781 - G. van der Heide 1885 0 - 1

8. H. Jansen 1797 - J.S. Zagema 1816 ½ - ½